woensdag 1 april 2009

Voor Sabine

 

Waarom speelt de blues

dwars door de stad

in regen, modder, mist?

Waarom speelt de blues

in C majeur en niet

in C mineur?

Waarom klinkt

vandaag de blues

als jazz,

als gospel,

spiritual?

 

De rode krassen

op de huid zijn

liefdevol getaped.

De zwarte woorden

wegen niets en

zweven in het buitenste

van niet te noemen wegen.

Alleen een vaag vermoeden

noemt zich blues

en speelt

zonder een bluenote

in een smalle steeg.

Ik wandel door een stad

die niet bestaat.

Vaag, onvast.

Grootmoedig wordt het toegestaan.

 

 

maandag 30 maart 2009

Beloofd is beloofd


 

Flarden regen,

wind te guur

om in te fietsen

natte sneeuw

moe van de vage belofte

in vaalblauwe luchten

van het eind van de kou.

 

De kraag van de jas

nog even hoog

tel tot tien

of desnoods tot

honderd en tien,

de winter is gezien

de lucht wordt blauw

donderdag 19 maart 2009

Geestdrift

Ik heb al eens opgemerkt dat ik geen gelovige ben die geneigd is vol enthousiasme met de handen omhoog of handen klappend mee te doen aan een lofprijzing. Mijn kerk kent nauwelijks iets dat enig enthousiasme teweeg zou brengen, maar stel dat er iets heftigs zou gebeuren dan zou ik toch nog eerst de kat uit de boom kijken voordat ik de handen omhoog doe. Zo'n iemand dus.
Een tijdje geleden kwam ik toch op een conferentie terecht waar het er erg geïnspireerd aan toe ging. Het ging over de Heilige Geest en alles wat daarmee te maken heeft. Ik heb dat toen als iets bijzonders ervaren. Ik heb daar eerder al iets over verteld.  Toen in onze gemeente een avond werd georganiseerd over het thema "Genade geneest" en de functie van het gebed daarin was ik toch geïnteresseerd en besloot te gaan deelnemen. Zou er dan toch wat van de Geest in de gemeente gaan waaien?
Een vijftigtal wat oudere mensen bevolkten de kerkzaal. Op het podium een projectiescherm en er naast een band, althans zo werd het genoemd. Drie mannen en twee vrouwen zaten wat eenzelvig op hun instrumenten te spelen. De leadzanger zat met geloken ogen wat voor zich uit te zingen terwijl de beide vrouwen deden of ze er niet bij hoorden. De geestdrift was nog even ver te zoeken. Een alleraardigste man heette ons welkom. Hij vergat zijn microfoon te gebruiken zodat we niet alles konden verstaan. Niet zo erg voor ons, maar wel voor de wat dove mevrouw voor ons. Ze riep de man dan ook toe zijn microfoon te gebruiken. De man begon opnieuw om na twee regels weer zijn microfoon te vergeten. We wenden er aan. We zongen een paar liedjes. Het bandje blijft zitten alsof ze er niet bij horen. Aan de oproep om te gaan staan tijdens het zingen en in de handen te klappen, als we dat wilden, werd geen gehoor gegeven. Het zou heel moeilijk zijn om enig ritmisch beweeg teweeg te brengen. De geestdrift was ver te zoeken. Als de eerste spreker vraagt  het refrein van een van de liedjes opnieuw op de beamer te zetten duurt dat zolang dat bij menigeen het zweet uitbreekt. Ik voel me onrustig worden. De spreker zegt over het refreintje dat hij dat een heel vervelend stukje tekst vind. De toon is gezet denk ik en ga er eens voor zitten.  De inleider houdt  een lang geschiedkundig betoog, omlijst met plaatjes die hij heeft genomen in een dorpje ergens in Frankrijk, over genezingen in de Bijbel. Het verhaal kent geen geestdrift. Het gaat over genezing van de zieke mens. Het kan wel en het kan niet, je wordt van het gebed wel beter maar niet echt beter. Onder de aanwezigen is wat gemor te horen als de spreker klaar is met zijn betoog. Waar ging het eigenlijk over?  We zingen weer een liedje onder begeleiding van het nu toch echt aangeslagen bandje. De beide zangeressen zitten nu met de rug naar ons toe. De volgende spreker doet het beter. Hij vertelt heel veel over zichzelf. Ik kom veel te weten over zijn depressies, mislukkingen en andere tragedies. (Zijn microfoontje valt vaak uit. De dove mevrouw is in slaap gesukkeld). Ook hij is heel erg vaag met zijn boodschap. Uiteindelijk komt er toch een soort van uitspraak waar we het mee moeten doen. Het kan geen kwaad om zieken met olie te zalven. Hij zalft de zieken in de inrichting waar hij werkt eens per jaar. Door omstandigheden wel niet met olie, maar toch. Ik denk aan al die katholieke priesters, die uitbundig met olie zalven en niet te beroerd zijn om alles met de wijwaterkwast te bewerken. Nu dit vage gedoe. Waar is de geestdrift, de spanning van het geloof, de blijde boodschap van een genezende God? Ik hoop niet dat het bandje nog iets gaat doen. Nee, we gaan naar een filmpje over het zalven van zieken kijken. Het duurt lang voordat er ook maar enig beeld komt, maar na lang wachten zien we iets anders dan ons beloofd was. We zien een man die een verhaal vertelt. Alleen is er geen geluid bij. Er wordt gesleept met kabels en eindelijk horen we de man en zien we een echte gebedsgenezing. Iemand gooit zijn krukken weg en loopt Halleluja roepend weg. Er is wat verwarring bij de organisatie want over gebedsgenezing wilde men eigenlijk niet praten en men besluit nog een liedje te gaan zingen. De beamer weigert nu alle medewerking om ook maar iets van een tekst te laten zien zodat besloten wordt om maar een eind aan de bijeenkomst te maken. Dat is echter tegen de zin van een enkeling, want er mochten nog vragen gesteld worden. Er is echter niemand die een vraag wil stellen zodat een mevrouw uit arremoede maar een vraag stelt om in ieder geval nog iets te redden. Het bandje begint ondertussen stilletjes in te pakken. De aardige voorzitter spreekt nog een slotwoord Het was een prachtige avond zei hij. Ik had de idee bij een andere bijeenkomst te zijn geweest. 
             

maandag 2 maart 2009

In de Geest

Ik kan niet zeggen dat ik een uitbundig gelovig mens ben. Er moet heel wat gebeuren wil ik met een lied meeklappen of met de handen omhoog een loflied zingen. Ik vind het wat overdreven, meer iets voor evangelischen of pinkstergelovigen. Niet dat er in onze kerk ook maar iets gebeurt dat aanleiding zou kunnen geven tot uitbundig vertier. Het is al heel wat als de organist eens geen Bach speelt en laten we eerlijk zijn ook van de liederen uit het liedboek voor de kerken en uit het boekje Tussentijds raak je niet opgewonden. Allemaal heel erg verantwoord liturgisch. Maar soms is er een verlangen om eens gewoon te doen wat er in de liedjes staat die we zo rustig en bedaard zingen. Soms zingen we: "Kom laten we  de Heer lofprijzen met dans, muziek en handgeklap" (Ps.149 zeer vrije vertaling). Het zou wat losmaken als we dat echt gingen doen. Een reidans tussen de banken door met veel muziek en handgeklap.We blijven echter stoïcijns in onze banken zitten en zingen bedaard dat we  dansend zullen opgaan. Wij zijn geen pinkstergemeente maar een ordentelijke PKN gemeente.
"Er is een conferentie in Zelhem over de Heilige Geest" zei mijn vrouw. "Heb je zin om mee te gaan?" Het zweet brak me uit. Zo'n conferentie over de Heilige Geest is niets voor mij. Dat is zo pinksterachtig. Nee dus. Maar na een paar dagen werd ik toch nieuwsgierig en zei dat ik meeging.
Met ongeloof zag ik de massa aan. Het moeten er meer dan duizend zijn geweest. Wat me vooral opviel was het grote aantal jonge mensen. Er heerste een stemming die het beste te vergelijken is met de sfeer voor aanvang van een grote wedstrijd. Op het podium in de immens grote hal speelde een band. Op een gigantisch scherm de tekst van een liedje. Ik ga een beetje achter in de zaal zitten. Rechts naast me een paar meisjes van een jaar of 15, links een dame, die zo te zien bepaald niet uit het arbeidersmilieu komt en voor me een gezin compleet met baby. Achter me een paar forse jongens zo weggelopen uit de sportschool en een paar mensen van mijn leeftijd. Als de leider-gitarist zegt dat we gaan zingen staat de hele gemeenschap op en ze zingen met volle overgave liedjes die ik niet ken. Ik val bijna om van verbazing als ik zie hoe er gejuichd  en geklapt wordt , hoe als op commando de handen omhoog gaan. Handen omhoog en de handen naar voren, handen op elkaar. Niemand staat stil. De band  bespeelt de zaal. "Even wat bewegen" roept de bandleider. Even wat bewegen denk ik, we staan geen moment stil. Dan zet de band een Joods liedje in en in een mum van tijd danst een lange rij door de paden, enthousiast aangemoedigd door de anderen. De temperatuur stijgt met de minuut. Het is een feest. Ik voel me eigenlijk wel lekker al ken ik geen enkel liedje. De melodieën zijn heel eenvoudig net zo als de teksten die eindeloos herhaald worden. Na een half uurtje mogen we gaan zitten. Er is nog twee uur te gaan. Een preek van 20  minuten is redelijk in onze kerk. Als het al eens een keer 25 minuten duurt begint er wat onrust onder het volk te komen. Hier wordt een uur gepreekt. Ja, wat heet preken! Het is een mix van onderwijzen, preken en entertainmant. Ik heb nog nooit zo vaak en in zo'n hoog tempo bijbelteksten moeten opzoeken. Ik had  geen bijbel bij me. In dit gezelschap onvergeeflijk. Ik kreeg er een te leen van de mevrouw van links. Als ik op een gegeven moment een van de kleine profeten niet kan vinden ruilt de linkse mevrouw snel van bijbel met me en ben ik weer bij. Het voelt aan als een terechtwijzing. De zaal leeft. Er wordt halleluja en amen geroepen. Gelachen om een grap die alleen de ingewijden begrijpen, zoals de predikant die zei ooit eens voor een moeilijk probleem te hebben gestaan had uitgeroepen: "Kan de wederopname nu plaatsvinden?" Leuk ook de opmerking:"God speelt in mijn leven geen rol, Hij is de regiseur." 
Uiteraard gaat de toespraak over de Heilige Geest en de vervulling van en de overgave aan en de toepassing van de gaven van de Geest. Mensen worden opgeroepen om naar voren te komen en zich te laten vullen met de geest. Het zijn er honderden die naar voren komen en soms zeer geëmotioneerd raken. Dit gaat gepaard met luid geroep en  gegil, mensen vallen om en worden opgevangen en op de grond gelegd. Ondertussen is de band gaan spelen en raken ook mensen in de zaal in vervoering. Het is een kakofonie van geluid en beweging. De biddende voorgangers, de huilende en roepende mensen, de steeds harder spelende band maken dat ook ik niet meer stil kan zitten en mijn handen uitstrek als er een zalving plaatsvindt voor voorgangers en gemeenteleiders. Dat raakt mijn hart omdat ik weet hoe moeilijk deze mensen het soms hebben. Ik raak in verwarring als er op een ander moment gebeden wordt voor de zieken. Het wordt een echte gebedsgenezingdienst. Op de vraag hoeveel mensen ziek zijn en genezen willen worden staan honderden mensen op. Ik heb de idee dat ik de enige ben die blijft zitten. Zelfs een van de tieners naast me staat op. De sportjongen die nu voor me zit is ook gaan staan en barst in luid gegil uit als er in het algemeen gebeden wordt om genezing. Hij schokt naar voren, schudt  met zijn hele lichaam en blijft maar gillen. Drie, vier, vijf mensen leggen hem de handen op en bidden om genezing. Dan, na enige minuten komt er rust in de jongen en staat hij weer recht op.
Hij lijkt geweldig opgelucht. "Ik ben genezen" roept hij. "Ik ben genezen" De mensen om hem heen knuffelen en feliciteren hem. Opgetogen. Dan zegt de voorganger:"Er zijn hier ook mensen die niet naar voren zijn gekomen omdat ze het geloof in genezing hebben verloren of omdat ze al zo vaak tijdens een gebedsgenezingbijeenkomst niet genezen zijn. Tegen die mensen zeg ik:kom nu". Een zestal vrouwen en een jongen komen uiteindelijk naar voren. "Iedereen die gelooft dat God deze mensen zal genezen steekt nu in gebed de handen naar hen uit." Ik aarzel, mijn ongeloof is te groot, die verantwoording neem ik niet op me. Duizend anderen wel. Mijn handen verdwijnen in mijn broekzakken. Er moet een golf van positieve energie van uitgaan, dat kan niet anders. Liefdevolle armen worden om de zieken geslagen en weer wordt er gebeden. Het duurt lang. Voor elke zieke wordt veel tijd ingeruimd. Allerlei vragen bestormen me. Vragen die altijd betrekking hebben op de willekeur van de verhoring van gebeden. Ik wordt geroerd als aan het eind van de sessie er nog een jongetje staat. Hij is klein. "Het is niet goed in mijn hoofd, ik ben weer opgenomen" zegt hij. Het wordt heel stil. Zo'n jong mens die troost zoekt, want het is niet de eerste keer dat hij "naar voren komt." Hij wil zo graag gewoon zijn. Mijn hart breekt bijna. Ik voel een brok in mijn  keel als de voorganger zijn armen om hem heen slaat en hem troost en opdraagt aan de lieve God. Laten we een applaus geven aan zijn psychiaters wordt er gevraagd.
Het applaus golft door de ruimte. Laten we juichen voor God die zieken kan genezen. Het gejuich is oorverdovend. Ik raak het beeld niet meer kwijt. Een kleine jongen die zo graag genezen wil worden van de wanorde in zijn hoofd. Op de een of andere manier zijn mijn handen uit mijn zakken gekomen en ik steek ze voorzichtig uit naar een kleine jongen in de armen van een grote man. Als het toch eens mogelijk was...                     
                                                     

maandag 16 februari 2009

Een postzegel

Je wordt soms meewarig aangekeken als je verteld dat je postzegels verzameld. Iedereen heeft in zijn jeugd wel eens postzegels verzameld maar de verzamelingen "de hele wereld" verdwenen in een laatje als een soort jeugdzonde zodra er zich een andere hobby aandiende. Toch is philatelie meer dan de moeite waard. Het is een leuke manier om kennis te verzamelen over zaken die je interreseren. Ik verzamel thematisch, d.w.z. ik verzamel postzegels over muziek en postzegels die iets te maken hebben met muziek in de schilderkunst. Daarnaast heb ik een kleine verzameling over de schilder Marc Chagall.                             In die Chagallverzameling zit een serie van twaalf postzegels uit Israel waarop de glas-lood-ramen te zien zijn die Chagall maakte over de twaalf stammen van Israel. Aan de hand van die zegels is heel wat kennis op te doen. Het brandschilderen van ramen bleek van doorslaggevende betekenis voor Chagalls enorme populariteit. Toch maakte hij pas op bijna 70-jarige leeftijd kennis met deze kunstvorm. In Frankrijk bewonderde hij de prachtige ramen in de Notre-Dame in Parijs. Hij raakte onder de indruk van de kleurenpracht en de compositie van de vensters en besloot zich, net als Braque, Villon, Matisse e.a. met het brandschilderen bezig te houden. Tot het mooiste wat Chagall maakte zijn de polychrome glas-in-loodramen voor de synagoge van de universiteitskliniek van de Hadassah-organisatie in Jeruzalem. Het ontwerp is ontleend aan de Bijbel en wel het 30e en 49e hoofdstuk van Genesis en het 33e van Deuteronomium. Omdat de Joodse godsdienst het afbeelden van mensen verbiedt, tonen de ramen slechts de namen van de stammen, bijbelcitaten en motieven als bloemen. kandelaren, vogels, vissen en andere dieren, naast veel symbolen uit het Joodse leven. De kleuren van de ramen zijn ontleend aan een tekst uit Exodus 28:15-21.In de voorschriften aangaande de priesterkleding worden de kleuren goud, blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood genoemd.   Bijgaande postzegel  (raam) is aan de stam Dan gewijd. 
Dan was de eerste zoon van Bilha, de slavin van Rachel, en de vijfde van Jacob de stamvader.     In Genesis 30:1-6 wordt het verhaal rondom de geboorte van Dan beschreven. Dan was letterlijk een ondergeschoven kind. De methode om "buitenechtelijke" kinderen te echten is ook in kringen waar de opvolging een rol speelt geen ongebruikelijke. Dit zou best een onderwerp kunnen zijn om verder uit te zoeken. Om te begrijpen wat Chagall heeft bewogen om de ramen te maken zoals ze zijn moet wat bijbelstudie worden verricht.
Van belang voor het glas-in-loodraam is de zegenspreuk van Jacob in Genesis 49:46,47 
Jacob zegt daar: "Dan, hij handhaaft het recht van zijn stam als elk van de stammen van Israël.           Dan, hij is een slang op de weg, een adder op het pad; hij bijt het paard in de hielen, de berijder komt ten val. Op uw hulp hoop ik, HEER!"                                                                                        Daarnaast is de zegen van Mozes belangrijk In Deuteronomium 33:22 zegt  Mozes:."Dan is als een jonge leeuw die uit Basans bossen te voorschijn springt".  
In het raam is in het midden een majestueuze driearmige kandelaar te zien, die oprijst als een levensboom, ook wel boom van het recht genoemd. De naam Dan betekent Richter of rechter. De kandelaar speelt een grote rol in het werk van Chagall. 2-armige en 3-armige staan vaak voor het vrome Joodse leven (sabbatskaarsen) en de 7-armige Menora of chanoeka kandelaars voor de feesten.   
Om de voet van de kandelaar is een slang met een grote rode kop met vlek te zien die zich om een kandelaar slingert. Deze slang wordt door Jacob genoemd. Het is de hoornadder of gehoornde (woestijn)adder (Cerastes cerastes) een giftige slang uit de familie adders. (Viperidae). Deze slang is nachtactief om zo de hitte overdag te vermijden, en ligt in een hinderlaag onder het zand. Een langslopende prooi wordt bliksemsnel gebeten en weer losgelaten. Deze zal spoedig sterven, de slang wacht de dood van de prooi rustig af en spoort deze op met het sterke reukvermogen. Een andere slang slingert zich langs de kandelaar omhoog (de slang op de weg). Op een van de armen van de zelfkandelaar zit een rode leeuwenwelp met een zwaard dat gelijkertijd de weegschaal van de gerechtigheid is. Deze leeuw verwijst naar de tekst uit Deuteronomium 33. De op het raam afgebeelde dieren zijn in principe in het O.T. voorkomende offerdieren.  Chagall geeft ze echter een bredere betekenis. Ze drukken verschillende Bijbelse en rabbijnse religieuze denkbeelden uit. Ze doen o.a. denken aan de vier wezens uit het roepingsvisioen van Ezechiël (Ezech. 1) en aan afbeeldingen in synagogen en op grafstenen van joodse begraafplaatsen uit de leefwereld van Chagall. Zo valt er veel te ontdekken op een postzegel. Postzegels verzamelen is een waardevolle hobby

Postzegel: Israel 1967  Michelnr. 584

      

woensdag 4 februari 2009

Fidler on the roof
























Ik hou van de schilder Marc Chagall (1887-1985). Zijn kleurrijke manier van schilderen is een lust voor het oog. Hij is een begenadigd kunstenaar, die niet alleen de schilderkunst beoefend maar ook een het vak van glazenier. Het schilderij  Fidler on the roof is een van zijn bekendste schilderij. Het is geschilderd  in een stijl die we het orphisme noemen.Het Orphisme is een dichterlijke variatie op het kubisme. Kenmerkend voor het orphisme is de combinatie van zuivere kleuren met de glasheldere structuren van het strenge kubisme. De naam van de mythische zanger Orpheus moest de oorspronkelijke herinnering aan de geboortegrond oproepen, waarin eens de mens en de wereld één waren. De herinneringen van Chagall worden verteld in droombeelden. Droombeelden over zijn geboortedorp Vitebsk. Herinneringen aan Wit-Rusland het land waar hij geboren is, het land dat hij lief heeft.  Ons oog volgt in etappes  zijn herinnering. Een dorpsplein, een kerk, besneeuwde huizen met rokende schoorstenen. Voetstappen in de sneeuw die Chagall zelf daar eens heeft gezet. De vogels onder en in de boom, wachtend op de nieuwe lente. Een speelman gezeten op een tafel zoals bij een feest is het centrum van Chagalls heimwee. Een vriend? Een dierbaar familielid? Of is hij het zelf die in de vorm van een gedachte in een donkere wolk zijn hoofd ontstijgt?
Speelt hij of is zijn instrument ontstemd door verlangens, die het hem onmogelijk maken de zuivere klank van het geluk te horen? Het is Chagalls Russische dorp waarin heimwee en verlangen weerspiegelen. De onwerkelijke kleur maakt alles tot een sprookje.De vioolspeler is een zinnebeeld van overleven door middel van de traditie en vrolijkheid, in een bestaan dat gekenmerkt wordt door onzekerheid en gebrek aan evenwicht. Geldt dit in het algemeen voor de vioolspeler op zijn schilderijen, dit geldt wel in het bijzonder van de vioolspeler op het schuine dak. Hij verkeert in een spagaat. Kan hij zich staande houden op zo’n hellend vlak?Het schilderij lijkt iets te willen uitbeelden van het feit, dat hij het juist volhoudt door met volharding en vrolijkheid het spel voort te blijven zetten.
Het zijn allemaal vragen waarop je zelf een antwoord moet geven. Dat maakt dit schilderij zo buitengewoon boeiend.

maandag 2 februari 2009

Afscheid


Afscheid nemen is altijd een beetje sterven.
Onze dochter en haar gezin hebben vorige week na bijna 10 trouwe jaren hun lieve hond Betty laten inslapen. Hoewel het lieve dier zo graag wilde kon haar door reuma en andere kwellingen getergde lichaam de dagelijkse gang jammer genoeg niet meer volhouden. Ze was ongelooflijk lief, sociaal, trouw en het beste maatje van Sammy.  Zo zal ze altijd een speciaal plekje in onze gedachten houden.Betty was een hond die in de vakanties regelmatig in ons huis bivakkeerde en goede maatjes was met onze Bowie, de Berner Sennenhond met het ene blauwe oog. Betty was een waterhond die hoog blaffend en met groot enthousiasme het water inrende. Bowie bekeek het wat afstandelijker en ging er meestal bij liggen. Zijn grote kop op zijn voorpoten en een oog dicht. Je zag hem denken: druktemaker. 'sNachts kon het gebeuren dat er heel voozichtig,doodstil sluipend, een hond de trap opkwam de slaapkamerdeur voorzichtig openduwde en je even een natte neus voelde. Het was Betty die dan zachtjes naast het bed ging liggen. Zo nu en dan even je hand besnuffelde om te ruiken of je blij met haar aanwezigheid was. Bowie vond het prima. Het waren goede maatjes die van elkaar wisten waar ze stonden.Bowie had een afwijking in zijn hersenen die steeds ernstiger vormen aannam. Hij werd daardoor onhoudbaar en gevaarlijk voor zijn omgeving en zo ging ook hij op een dag de weg die Betty vorige week ging. Het verdriet als je met je hond de laatste weg opgaat is heel dubbel. Enerzijds weet je dat het het beste voor je hond is anderzijds wil je hem/haar niet missen. Je hebt je hond die morgen nog wat lekkers gegeven, nog even verwent met nog een stukje worst, nog weer eens aangehaald, zijn vacht geborsteld, zijn kop op je schoot gehad.Weer dacht je dat het dier toch niet zo ziek was en dat er best nog wel iets aan te doen was. Je liep bij zijn mand weg omdat je het niet kon hebben dat iemand je tranen zag. "Ga je mee?" vroeg je ook nog toen het tijd was om te gaan. Met een brok in de keel deed je zijn riem om. "We gaan uit" zag je hem denken. "Ja we gaan op reis" zei je en we liepen naar buiten.
Later op de terugweg kwamen de tranen.