Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen

maandag 1 februari 2016

Over hemelse zaken


Mijn leven hangt dit jaar van grote emoties aan elkaar. Hoe ouder een mens wordt hoe vaker hij afscheid moet nemen van mensen die hij heeft liefgehad. Daarbij hoort het zoeken naar antwoorden op vragen over leven en dood. En steeds kom je tot de conclusie dat er geen antwoorden zijn. Leven en dood blijven een mysterie. Wat weet ik van het leven na de dood? Eerlijk gezegd niets. Dat ik verwacht dat het beste na dit leven nog komen moet, wil niet zeggen dat ik weet wat er komt. Ik verwacht dat het hiernamaals een grote schoonheid heeft met niet vermoede horizonten. Ik geloof ook dat de schoonheid die we bij ons leven ervaren een afspiegeling is van wat ons te wachten staat. Nog sterker, ik geloof dat God ook te vinden is in de schoonheid van de kunsten, en voor mij geldt dat in het bijzonder in de schoonheid van de muziek. Wil van den Bercken, schrijft in zijn boek Geloven tegen beter weten in, “muziek is zozeer een diep ingrijpende schoonheidsbeleving en haar uitwerking op mensen is soms zo overweldigend dat het bijna een religieuze ervaring wordt.”   Zijn conclusie is dat het christendom niet is gebaseerd op esthetische vervoering. Dat is ook zo, maar God is in schoonheid wel aanwezig. De romanschrijver Richard Powers schreef ooit over Mozarts klarinetconcert dat het klinkt zoals genade zou klinken. Met die uitspraak kan ik instemmen, ook al omdat ik, een improviserend muzikant, weet wat genade is.

Zoals ik al zei, mijn leven zit vol grote emoties.
 
                  Mijn broer belde me weer en vroeg of we langs wilden komen om afscheid te nemen van Tineke, zijn vrouw. Ze was zo ziek dat het einde niet lang meer zou duren. Ze was een heel dynamische vrouw met een brede belangstelling. Gelovig en ouderling, zong bij de Reisopera, speelde piano en was een Bachkenner
We spraken met haar over de laatste dingen. We baden samen en namen afscheid met de woorden: Tot ziens. Enkele uren later was ze overleden.

              De teraardebestelling was een aangrijpende gebeurtenis. Mijn broer en ik zijn de laatsten van het gezin waarin we opgroeiden en samen met zijn kinderen treurden we en vertelden elkaar de verhalen over Tineke. We namen de condoleances in ontvangst en maakten ons op voor de afscheidsdienst, die plaats vond in de prachtige oude kerk in Almelo. In processie liepen we achter de baar naar de kerk. De kleinkinderen met de armen vol bloemen voorop. Als we de overvolle kerk binnenkomen klink het overweldigende Lacrimoso uit het requiem van Mozart. Het zingt van de oordeelsdag waarop we voor een genadige God zullen staan. De muziek stroomt door de zonnige witgewelfde ruimte als een vloed van genade als een bron van liefde. Ik voel me opgenomen door een emotie die me losmaakt van het verdriet om al die mensen die ik al moest laten gaan. Het is een glimp van de toekomst. Troostrijk. Misschien liet God me iets zien van zijn heerlijkheid. Het was een religieuze ervaring die boven de menselijke emotie uitging.

Er zijn ook andere emoties, dichter bij de aarde.

           Als ik dit schrijf is het een paar dagen geleden dat we onze jongste hond hebben laten inslapen. Frieda was heel erg ziek. Met haar kleine koppie op de schoot van Sabine, mijn vrouw, is ze ingeslapen. Er was geen hemelse muziek, maar onze emoties waren er wel. Afscheid nemen van een geliefde gaat maar door, met pijn en verdriet, maar met hoop. Misschien is er ook ergens een plaats voor lieve honden. Ik weet het niet. Ik weet weinig van een leven na de dood, maar ik heb een glimp gezien.

dinsdag 24 februari 2015

Ik heb de deure lös

Jij mailden vannacht hoe benauwd jij bennen
Wat ik eigenlijk al wus
Vandoar da’k eben tegen jou zeggen wul
Ik heb de deure lös
Ik heb de deure lös
Twievel nou mar niet
Heb de deure lös
Veur jou altied.

Bovenstaande tekst is een gedeelte uit een liedje van de Drentse zanger Daniel Lohues. Het zweeft al weer een tijdje door mijn hoofd. Eigenlijk al vanaf de startzondag in september.  In de Dorpskerk onderging ik de plaatselijke Startzondagdienst en in de middag voor de TV de jubileumdienst t.g.v. het 10-jarig bestaan van de PKN. Het verschil in beide diensten was dat in de Dorpskerk elementen uit de populaire, seculaire cultuur pas na de dienst tijdens een open podium aan de orde kwamen, terwijl in de jubileumdienst deze elementen geïntegreerd waren in de liturgie. Er zijn mensen die zeggen dat wie over de drempel van de kerk stapt een ander taalveld binnen gaat en daarbij een andere houding aanneemt. De kerk wil een contrast bieden tegen het leven van alledag en daar horen geen liedjes bij die je al hoort op Radio 538 (F.Bosmans Cultuurtheoloog).
Daar kan ook anders over gedacht worden. Ik kan me goed vinden in de gedachten van de emeritus predikant Jelmer Koornstra uit Deventer die regelmatig een poplied in zijn diensten laat horen, soms als gebed, maar meestal als buiten-bijbelse lezing, om het thema van de viering te actualiseren. Veel mensen herkennen in popmuziek hun postmoderne levensgevoel. Dat levensgevoel gaat niet uit van wetenschappelijke verklaringen en godsdienstige duidingen van de wereld en de geschiedenis, maar van eigen ervaringen.
Geen grote verhalen en weidse theorieën, maar het alledaagse, in de persoonlijke tragiek en het kleine geluk. Het is belangrijk dat we ons verplaatsen in mensen die niets hebben met psalmen of een orgel, gewoon om een ingang te vinden om over het Evangelie te vertellen.        
Onderschat niet de religieuze functie van popmuziek. Het kan iets teweeg brengen van zelfoverstijging, een alles te bovengaand geluksgevoel, het kan je verzoenen met de donkere kanten va het bestaan. We raken nu aan het begrip religie, waarbij we denken aan het betrokken zijn bij een hogere macht, een andere kant, aan het openstaan voor dingen die groter zijn dan wijzelf. Toch maar even terug naar het open podium in de Dorpskerk. Heel veel emoties kwamen los bij de verschillende presentaties. Ontroering bij het musiceren van kinderen, bewondering voor het zingen van een popliedje van de zangeres Adele, plezier bij het meezingspel van een accordeonist. Emoties die niet in de dienst in de Dorpskerk te vinden waren. In de herdenkingsdienst waren die emoties er wel. Het Zo! Gospel choir, deed mijn hart sneller kloppen terwijl het prachtige lied Ken je mij van Oosterhuis en van der Loo me ontroerde, een lied dat ook in onze gemeente niet onbekend is. Popmuziek kan veel over het evangelie vertellen.
Jezus, leert ons God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. In de herdenkingsdienst
werd het lied Mag ik dan bij jou van Caudia de Breij gezongen waarin gezongen wordt:
Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen, droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag, mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.
Pure naastenliefde. Het zou bij iedere preek over de Liefde kunnen worden gezongen. En zo kom ik weer bij mijn begin. Als Daniel Loheus zingt over de deur die altijd openstaat dan kan ik niet anders dan aan de woorden van Jezus denken: Kom allemaal jullie die moe van het leven zijn en rust bij me uit. In het Drents klinkt het dan zo:
Ik heb de deure lös, twievel nou mar niet. Heb de deure lös, veur jou altied.
Popmuziek staat heel dicht bij de mensen. 
Soms ook heel dicht bij God.

maandag 25 februari 2013

Kijken en zien

Er is volgens mij een verschil tussen kijken en zien. Ik hou van moderne schilderkunst en een van mijn favoriete schilders is de Joods-Russische schilder Marc Chagall. Zijn kleurrijke en uitbundige surrealistische schilderijen zijn heel bijzonder. Mensen zweven door de lucht, violisten spelen op hellende daken, engelen gluren uit allerlei hoeken en gaten naar mensen en koeien en hanen lijken ons uit te dagen. Ik kijk vaak naar het schilderij "De wandeling" Centraal op het werk staat Chagall met zijn bruid Bella. Chagall staat stevig op de grond terwijl aan zijn linkerhand Bella als een ballon in de lucht zweeft. In zijn rechterhand houdt Chagall een duif.Wie goed kijkt ziet nog meer elementen zoals een gedekte tafel, een vreemd grazende koe, een roze kerk..
Waar gaat het in dit werk over?
Volgens Chagall is de liefde als een zweven, als een dans naar de hemel. Vandaar dat Bella zwevend is afgebeeld .Chagall staat stevig op de grond.Hij voelt zich zeker in zijn liefde voor Bella en hij is een vrij man. De duif staat voor vrijheid en de koe staat voor een weldadig leven overvloeiende van melk, boter en vlees.
Zo is kijken en zien geworden.
Zo kun je ook naar de kerk kijken. Het is vaak net zo surrealistisch als het beschreven schilderij.
Wat stelt het voor? Of is het wat stelt het nog voor?
Iemand (zoals een van mijn vrienden) die onwetend een kerkdienst bezoekt kijkt er met verwondering en verbazing naar. Hij ziet mensen in banken zitten die kijken en luisteren naar een man in een jurk, (uitspraak van een van mijn kinderen), die allerlei handelingen uitvoert. Er worden handen geschud,brood en wijn gedeeld, er hangen en liggen gekleurde doeken gekleurde men staat op en gaat weer zitten, men zing zo nu en dan een paar zinnen. Regelmatig wordt er gezongen en soms wordt een steentje weggedragen (een in memoriam). Het hoogtepunt is het moment dat de man in de jurk de kansel bestijgt om te gaan spreken.
Het zijn allemaal symbolen, net zo als in De Wandeling.
Ik wil die symbolen niet gaan uitleggen, ze horen kennelijk bij de kerk.
Het mooist symbool vind ik de overeenkomst met de in de lucht zwevende Bella en de kansel bestijgende voorganger. Beiden los van de aarde en wat dichter bij de hemel. Met wat geluk komt de hemel in de kerk.
Wat een feest zou her zijn als de kerk eens vol zou hangen met de schilderijen van Chagall om ons er aan te herinneren dat de Liefde ons vrij maakt van het aardse. Er valt veel te zien in de kerk, maar het meeste van deze is de Liefde
 

zaterdag 8 december 2012

Niets is wat het lijkt


 
 
Of ik niet in de Info, het maandblad van de kerk, een column wil schrijven over kunst en geloof?
Ik aarzel en vraag me af of ik wel de juiste persoon ben….
Als je op een saxofoon speelt ben je dan een muzikant?
Als je zo nu en dan een gedicht schrijft ben je dan een dichter?
Als je zo nu en dan een stukje schrijft ben je dan een schrijver?
Ik dacht het niet.
Niets is wat het lijkt.
Ik kijk en luister op mijn manier.
Ik hou van muziek en poëzie, van literatuur en schilderkunst en theater.
Hoe zit dat dan met al die kunstuitingen die ogenschijnlijk weinig met geloof te maken hebben? Kunnen ze toch iets voor de kerk betekenen? Ik aarzel en wik en weeg...
Ik neem de uitdaging aan.
De komende tijd ga ik op zoek naar raakvlakken tussen muziek, theater, schilderkunst en geloof onder het motto:Niets is wat het lijkt.
Niets is wat het lijkt
Neem nu het gedicht Ziekenbezoek van Judith Herzberg.
      Mijn vader had een lang uur
      zitten zwijgen bij mijn ziekbed.
      Ten hij zijn hoed had opgezet
      zei ik, nou dit gesprek
      is makkelijk te resumeren.
     Nee, zei hij, nee toch niet,

     Je moet het maar eens proberen.
Een vader die zwijgend aan het bed van zijn zieke dochter zit. Niet bepaald troostend, “dit gesprek is makkelijk te resumeren”.
 De vader geeft zijn dochter echter een opdracht mee.“Probeer het maar”.

            Ik ga dit gedicht niet uitleggen, dat moet je zelf maar uitzoeken.          
Voor mij is in dit gedicht de vader God. Een God die ook vaak zwijgt, maar er wel is.
Of Herzberg het zo bedoeld heeft?
Ik lees het graag zo.


 

 

 

 

zondag 18 november 2012

Het beloofde land


Als rechtgeaarde Tukker heb ik een zwak voor de poëzie van de Enschedese schrijver/dichter Willem Wilmink. Deze week las ik voor het eerst de gedichten uit zijn bundel Het beloofde land. Gedichten die passen bij de schilderijen van de Ootmarsumse schilder Ton Schulten.

Sommige dichtregels komen over als komende uit een andere tijd. Neem een zin als: “Zal ik buiten de tijd hun nieuwe stad begroeten, waar laat nog licht brandt in een ochtendvisioen?” uit het gedicht Uit de tijd gekomen. Of : “Al die herinneringen zijn eenzaam nu zij ze niet meer weet:” (Uit: In memoriam Ans). Deze zinnen wil ik lezen voor het slapen gaan. Ik wil er over mijmeren en nadenken. Neem een zin als: "De toekomst is er nu allang, maar onze toekomst maakt ons bang".
 Het is een verrassende uitspraak en tekenend voor onze tijd.

Wilmink is een meester in het beschrijven van emotie. Het gedicht Mijn zuster Chaie is daar een voorbeeld van. Melancholie past hem als een maatpak van Hans Aartsen maar is geen reden tot somberheid. Wilmink laat in zijn goddeloosheid meer zien van God dan hem waarschijnlijk lief is. Hij houdt ons soms een spiegel voor als hij in zijn Nieuw Kerstlied optekent: “Uit Uw kruis is munt geslagen, Jesu lieve Heer.”

Wilmink heeft me weer verrast. Hij schrijft over de gewone dagelijkse dingen in een prozaïsche aaneenschakeling van juist gekozen woorden. Ik lees hem graag en wordt er door gezegend. Als Tukker werd ik vooral geraakt door het volgende naamloze gedicht:

In ’t Nederlands is iemand dood Gegaan,

Over de reis wordt nooit meer iets vernomen.

In het Twents is iemand uit de tijd gekomen,

Dus je weet zeker: hij kwam veilig aan.
 
Er valt nog veel te zeggen over Het beloofde land met zijn prachtige illustraties van Ton Schulten.
Ik kan je aanraden er eens naar op zoek te gaan.l


 

woensdag 7 november 2012

Vrede is eten met muziek

   
Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftien maal kauwt;
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik.
 
Vrede is goed eten met goede muziek.
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel
 
Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten.
Wie danst, houdt rekening met andere dansers,
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert, maar die deelt
Met de overigen, de disgenoten.
 
Lucebert (1924-1994)
 
 
 
Dit gedicht herinnert aan oorlog door vrede te beschrijven. De vrede die te vinden is in gezamenlijk eten waarbij ook ruim baan is gemaakt voor de kinderen en niet te vergeten de dieren . Daar past goede muziek bij. Ook wel marsmuziek, maar die wordt gespeeld om naar een feest te marcheren. Geen marsmuziek zoals die past bij marcherende soldaten. Dat loopt op oorlog uit. Vrede is dan pas vrede als de naastenliefde hoogtij viert en men elkaar het leven (en het eten) gunt. 
Lucebert gebruikt voor die naastenliefde het beeld van mensen die op goede dansmuziek dansen en eten en delen wat er te delen valt. Dat is omzien naar je naaste of,om in Bijbelse termen te spreken, je naaste liefhebben als jezelf. Het gedicht wordt, op die manier gelezen, een religieus gedicht.Ik lees het graag zo.
 

woensdag 26 september 2012

HET

Het is niet aan te geven waarom ik bij het aanhoren van muziek bij het ene stuk tot in mijn ziel geraakt wordt en bij het andere geen emoties voel. Er is muziek waarbij alleen het denken eraan een emotie bij me oproept. Het sterkst heb ik dat bij het tweede klarinetconcert van Carl Maria von Weber. Halverwege het tweede langzame deel is er een inzet van drie hoorns waarop de soloklarinet anticipeert. Het heeft een ongekende schoonheid die me tot tranens toe ontroert. Het gekke is dat ik dat alleen heb bij de uitvoering van het Concertgebouworkest met als solist Jos d'hondt. De uitvoering van de Berliner philharmoniker met Sabine Meijer is prachtig, maar ontroert niet. Ik heb die ervaring met allerlei soorten muziek. Het Piu Jesu uit het requiem van Fauré, Mood Indigo van Duke Ellington, Bist du bei mir van Bach, Het pianokwintet van Mozart, Careless Love Blues gezongen door Bessie Smith. Steeds is er dat hele bijzondere dat niet te vangen is in een rationele benadering. Het heeft HET. In de muziek heb je twee soorten emoties. Je hoort de emotie in de muziek (de perceptie) en de beinvloeding van de emotie door de muziek (inductie). In mijn geval zou het dus gaan om de inductie, maar dat verklaart niet het verschil in beleving. Als ik verschillende uitvoeringen van het zelfde werk na elkaar hoor wordt ik door het een meer geraakt dan door het andere. Het is niet te verklaren. Het is een soort magie. Ik noem het HET. Het heeft het of het heeft het niet en HET is niet te verklaren. Ik laat het maar gebeuren, ook al betekent dat dat ik bepaalde composities alleen maar in gedachten kan aanhoren. Drie hoorns en een klarinet zijn voor mij niet aan te horen. Ik kan alleen denken hoe HET is.        

Emoticons
 

 


zondag 23 september 2012

Het is te hard

 

            Ik had een tijd dat ik me mateloos kon opwinden over mensen die na afloop van een concert alleen maar wisten te melden dat "het veel te hard was". Dat gebeurde bij een concert van de plaatselijke harmonie, zeker als daar ook nog een popbandje meespeelde, maar ook als er in de kerk eens door een bandje aan de kerkdienst werd meegewerkt. Men vindt het altijd te hard.
Zoals gezegd, vroeger kon ik me daarover opwinden. Nu maakt het op mij niet zoveel indruk meer.                                                                                                                                                                        Ik ben ouder geworden en mijn gehoor ook. Bovendien verbeeld ik me dat ik ook milder ben geworden.Ik geef onmiddellijk toe dat een concert van een 40 mannen en vrouwen tellende dorpsharmonie in een klein zaaltje oorverdovend is en ook een bandje in een kerk kan akoestisch volledig over de top gaan. Maar wat ik ook hoor, maar vooral ook zie is speelvreugde. Het kan me ontroeren om iemand in de harmonie te zien die in volle concentratie aan het tellen is om op het juiste moment zijn bijdrage te leveren.Mijn hart springt op van vreugde als ik een gospelkoor in volle overgave de Heer zie prijzen. Ja, het geluid van de band was nadrukkelijk aanwezig, maar om mij heen zie ik mensen klappen en dansen en meezingen: Oh happy day! Speelvreugde spat van het podium. Kalk van het plafond.
          Een van onze jongens heeft de ziekte van Dawn. Juist. Hij is, wat men noemt, een mongool. Hij speelt op een trommel in een band. Met hem nog een tiental andere gehandicapten. Het optreden van zijn band RinTinTin is altijd een feest. Niet omdat de muziek stijlvol en verzorgd, maar om het speelplezier. Het gaat hard, ongelooflijk hard. De trommelstokken vliegen soms door de lucht. Maar er is ook ontroering bij het zien van het geluk en de speelvreugde van die jongens en meisjes, een geluk dat niet onderdoet voor al die andere muzikanten. Het geluid is soms hard, maar kijk verder en zie het speelplezier en geniet met je lijf. Dat is ook een manier om te luisteren.         

woensdag 4 februari 2009

Fidler on the roof
























Ik hou van de schilder Marc Chagall (1887-1985). Zijn kleurrijke manier van schilderen is een lust voor het oog. Hij is een begenadigd kunstenaar, die niet alleen de schilderkunst beoefend maar ook een het vak van glazenier. Het schilderij  Fidler on the roof is een van zijn bekendste schilderij. Het is geschilderd  in een stijl die we het orphisme noemen.Het Orphisme is een dichterlijke variatie op het kubisme. Kenmerkend voor het orphisme is de combinatie van zuivere kleuren met de glasheldere structuren van het strenge kubisme. De naam van de mythische zanger Orpheus moest de oorspronkelijke herinnering aan de geboortegrond oproepen, waarin eens de mens en de wereld één waren. De herinneringen van Chagall worden verteld in droombeelden. Droombeelden over zijn geboortedorp Vitebsk. Herinneringen aan Wit-Rusland het land waar hij geboren is, het land dat hij lief heeft.  Ons oog volgt in etappes  zijn herinnering. Een dorpsplein, een kerk, besneeuwde huizen met rokende schoorstenen. Voetstappen in de sneeuw die Chagall zelf daar eens heeft gezet. De vogels onder en in de boom, wachtend op de nieuwe lente. Een speelman gezeten op een tafel zoals bij een feest is het centrum van Chagalls heimwee. Een vriend? Een dierbaar familielid? Of is hij het zelf die in de vorm van een gedachte in een donkere wolk zijn hoofd ontstijgt?
Speelt hij of is zijn instrument ontstemd door verlangens, die het hem onmogelijk maken de zuivere klank van het geluk te horen? Het is Chagalls Russische dorp waarin heimwee en verlangen weerspiegelen. De onwerkelijke kleur maakt alles tot een sprookje.De vioolspeler is een zinnebeeld van overleven door middel van de traditie en vrolijkheid, in een bestaan dat gekenmerkt wordt door onzekerheid en gebrek aan evenwicht. Geldt dit in het algemeen voor de vioolspeler op zijn schilderijen, dit geldt wel in het bijzonder van de vioolspeler op het schuine dak. Hij verkeert in een spagaat. Kan hij zich staande houden op zo’n hellend vlak?Het schilderij lijkt iets te willen uitbeelden van het feit, dat hij het juist volhoudt door met volharding en vrolijkheid het spel voort te blijven zetten.
Het zijn allemaal vragen waarop je zelf een antwoord moet geven. Dat maakt dit schilderij zo buitengewoon boeiend.