Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen

dinsdag 11 april 2017

Foto uit Aleppo

Aleppo


         
Zijn naam is Mohammad Mohiedine Anis. Hij is 70 en woont in de wijk al-Shaar in het Syrische Aleppo. Ik heb een foto van hem. Een dramatische foto. Hij zit in de slaapkamer van zijn aan flarden geschoten huis. De kamer ligt vol puin. De sponningen van de ramen hangen naar buiten, de gordijnen hangen gerafeld aan de muur. Op een nachtkastje, dat verdwaald in de kamer staat, liggen boeken dik onder het stof. Op een rieten stoel liggen wat kleren. Het is chaos. Door het raam zie ik de overkant van de straat. Een flatgebouw, beschadigd door bommen en raketten. In die totale destructie zit op de zijkant van het bed Mohammad Mohiedine Anis. Zijn ene been over het andere, een pijp in zijn rechterhand. Het grijze hoofd aandachtig gebogen, luisterend. Hij lijkt totaal ontspannen. Het enige wat in de kamer nog heel is, is een koffergrammofoon. Er is in de grauwe kamer maar een klein kleurtje, en dat is het rode etiket van de grammofoonplaat. Mohadiene Anis luistert naar muziek. Een oude man die, letterlijk tussen de brokstukken van zijn leven, opgaat in de wonderlijke wereld van de muziek.
Wat is dat toch, die wonderlijke kracht en macht van de muziek?
Is de kracht van muziek hierin gelegen dat het woordloos antwoord geeft op vragen waar woorden tekort schieten? Ik wil het anders zeggen: Soms boort muziek een laag in je ziel aan waarvan je het bestaan niet eens wist.
Lagen tussen heimwee, melancholie, vreugde en extase .
 
!n 1948 was ik 12 jaar. We hadden thuis geen grammofoon. We hadden radiodistributie. Aan de wand hing een grijs vierkant kastje. Met een grote zwarte knop kon je op wel vier verschillende zenders afstemmen. Een van die vier was een klassieke zender. We luisterden vaak samen naar muziek en het moet toen geweest zijn dat ik voor het eerst in stilte moest huilen omdat de emotie die ik onderging bij het horen van muziek te groot was. Ik begreep niet wat me overkwam. Als aankomende puber is dat wel te verklaren, maar tot op de dag van vandaag kan ik totaal van slag raken bij het ondergaan van muzikale emoties. 
Ik las ergens dat muziek zozeer een diep ingrijpende schoonheidsbeleving is, en haar uitwerking op mensen is soms zo overweldigend dat het bijna een religieuze ervaring wordt.

Zo ervaar ik het ook. Ik geloof dat God ook te vinden is in de schoonheid van de muziek. Ik luister nu anders naar muziek dan de 12 jarige puber, zeker nu het leven me getekend heeft en ik het verdriet en de hardheid van de wereld heb leren kennen. De dichteres Hanny Michaelis schreef daar het gedicht Luisterend naar de muziek...over.

 

Luisterend naar de muziek

die wij vroeger samen hoorden,

ruk ik aan mijn verdriet
als een hond aan een ketting.
 
Violen en fluiten zweven
een zilveren rag
over de afgrond
totdat de stilte
mij weer insluit.
 
Onder haar matglazen stolp
ontbrandt opnieuw
het geluidloze gevecht
tussen verwachting en wanhoop
om het niemandsland
van mijn bestaan.
 
Terug naar de foto.
Ik weet niet waar Mohammad Mohiedine  Anis naar luistert, maar ik zie in hem de vrede, ook al is het maar voor even en ontbrandt later opnieuw het geluidloze gevecht tussen verwachting en wanhoop. Wat blijft is de troost die muziek biedt in het leven.
Ik ben klaar en leg de foto terug in de knipseldoos en bedank Mohammad Mohiedine  Anis voor zijn wijsheid en even later luister ik naar mijn favoriete Drentse blueszanger Daniel Lohues als hij het liedje Bij de hemel in de rij zingt. Ik voel me gelukkig.
 


 
 



maandag 1 februari 2016

Over hemelse zaken


Mijn leven hangt dit jaar van grote emoties aan elkaar. Hoe ouder een mens wordt hoe vaker hij afscheid moet nemen van mensen die hij heeft liefgehad. Daarbij hoort het zoeken naar antwoorden op vragen over leven en dood. En steeds kom je tot de conclusie dat er geen antwoorden zijn. Leven en dood blijven een mysterie. Wat weet ik van het leven na de dood? Eerlijk gezegd niets. Dat ik verwacht dat het beste na dit leven nog komen moet, wil niet zeggen dat ik weet wat er komt. Ik verwacht dat het hiernamaals een grote schoonheid heeft met niet vermoede horizonten. Ik geloof ook dat de schoonheid die we bij ons leven ervaren een afspiegeling is van wat ons te wachten staat. Nog sterker, ik geloof dat God ook te vinden is in de schoonheid van de kunsten, en voor mij geldt dat in het bijzonder in de schoonheid van de muziek. Wil van den Bercken, schrijft in zijn boek Geloven tegen beter weten in, “muziek is zozeer een diep ingrijpende schoonheidsbeleving en haar uitwerking op mensen is soms zo overweldigend dat het bijna een religieuze ervaring wordt.”   Zijn conclusie is dat het christendom niet is gebaseerd op esthetische vervoering. Dat is ook zo, maar God is in schoonheid wel aanwezig. De romanschrijver Richard Powers schreef ooit over Mozarts klarinetconcert dat het klinkt zoals genade zou klinken. Met die uitspraak kan ik instemmen, ook al omdat ik, een improviserend muzikant, weet wat genade is.

Zoals ik al zei, mijn leven zit vol grote emoties.
 
                  Mijn broer belde me weer en vroeg of we langs wilden komen om afscheid te nemen van Tineke, zijn vrouw. Ze was zo ziek dat het einde niet lang meer zou duren. Ze was een heel dynamische vrouw met een brede belangstelling. Gelovig en ouderling, zong bij de Reisopera, speelde piano en was een Bachkenner
We spraken met haar over de laatste dingen. We baden samen en namen afscheid met de woorden: Tot ziens. Enkele uren later was ze overleden.

              De teraardebestelling was een aangrijpende gebeurtenis. Mijn broer en ik zijn de laatsten van het gezin waarin we opgroeiden en samen met zijn kinderen treurden we en vertelden elkaar de verhalen over Tineke. We namen de condoleances in ontvangst en maakten ons op voor de afscheidsdienst, die plaats vond in de prachtige oude kerk in Almelo. In processie liepen we achter de baar naar de kerk. De kleinkinderen met de armen vol bloemen voorop. Als we de overvolle kerk binnenkomen klink het overweldigende Lacrimoso uit het requiem van Mozart. Het zingt van de oordeelsdag waarop we voor een genadige God zullen staan. De muziek stroomt door de zonnige witgewelfde ruimte als een vloed van genade als een bron van liefde. Ik voel me opgenomen door een emotie die me losmaakt van het verdriet om al die mensen die ik al moest laten gaan. Het is een glimp van de toekomst. Troostrijk. Misschien liet God me iets zien van zijn heerlijkheid. Het was een religieuze ervaring die boven de menselijke emotie uitging.

Er zijn ook andere emoties, dichter bij de aarde.

           Als ik dit schrijf is het een paar dagen geleden dat we onze jongste hond hebben laten inslapen. Frieda was heel erg ziek. Met haar kleine koppie op de schoot van Sabine, mijn vrouw, is ze ingeslapen. Er was geen hemelse muziek, maar onze emoties waren er wel. Afscheid nemen van een geliefde gaat maar door, met pijn en verdriet, maar met hoop. Misschien is er ook ergens een plaats voor lieve honden. Ik weet het niet. Ik weet weinig van een leven na de dood, maar ik heb een glimp gezien.

maandag 14 september 2015

Moment van de dag


Zeventig jaar duren onze dagen, of tachtig als we sterk zijn.
Het beste daarvan is moeite en leed, het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.
Psalm 90:10

In 2006 werd ik zeventig.
Een moment van de dag
Indachtig bovenstaande tekst probeerde ik me voor te stellen hoe de tien jaar (DV) er uit zouden zien voordat ik de leeftijd der sterken zou hebben bereikt. Moeite en leed, kommer en kwel lagen kennelijk in het verschiet. Zouden er geen momenten van vreugde, ontroering en geluk zijn?
            Op enig moment besloot ik de dagen die me nog resten bewuster te beleven. Ik nam een paar beslissingen. Ten eerste zou ik, zo mogelijk, alleen die dingen doen waar ik goed in ben en die ik met plezier doe. En ten tweede zou ik van elke dag het meest bijzondere met mijn camera vastleggen. Op die manier zou ik met andere/bewustere ogen naar de wereld en de mensen kijken. De geraniumstekjes verdwenen in het schuurtje en het moment-van-de-dag-project was geboren.
Wat ik niet fotografisch kon vastleggen waren sommige emoties. De ontroering bij het beluisteren van muziek valt amper te beschrijven, laat staan dat er een foto van gemaakt kan worden. De praktijk was dat ik pas aan het eind van de dag kon bepalen wat Het-moment-van de dag was. Het mooiste of bijzondere moment komt altijd onverwacht en dat betekende dat er op een dag regelmatig een mooi moment gefotografeerd werd. Zo oud als ik was begon ik op een andere manier naar de dingen en ook op een andere manier naar het leven te kijken. Ik leerde om met overgave en passie te luisteren en te kijken. We verhuisden naar Vorden. In het fotoproject 2008 staat een foto van de Dorpskerk met de opmerking: Wordt dit onze kerk? Een logische vraag, want in onze vorige woonplaats waren we Hervormd geworden en in de Dorpskerk kwam de Hervormde Gemeente bij elkaar. Met onze evangelische achtergrond konden we in onze vorige gemeente onze draai niet zo goed vinden, en de vraag of dit onze kerk zou worden was daarom niet zo gek. Na verloop van tijd werd de Dorpskerk ons thuis waar we met vreugde en vol overgave onszelf konden zijn. Er werd ons niet gevraagd wat minder evangelisch te doen en wij vroegen niet om meer.
Een bootje vouwen
          Ook in Vorden bleef mijn moment-van-de dag-project doorgaan. Als ik de foto’s terugkijk merk ik dat de kerk in het project een rol van betekenis speelt. Ik zie muzikanten spelen, zangers zingen, kinderen dansen, bloemen geschikt, de kerk geopend, een kinderkoor uit Oeganda, een palmpasenkoor, schoendozen, gospelkoren en bandjes, koffiedrinkers en Bijbelse eters. Kortom als ik naar al die kerkfoto’s kijk heb ik de idee dat het om een actieve en enthousiaste gemeente gaat. Ik begrijp dan ook niet zo goed de klaagzangen die ik zo nu en dan hoor. Ik vind het fijn om bij die kerk te horen. Ik voel me een begenadigd mens die leeft vanuit genade. De laatste foto vanuit de kerk is genomen na afloop van een gezinsdienst.

Wim Wassink, een bedachtzaam gemeentelid, leert me hoe je een bootje moet vouwen zoals de kinderen dat in de dienst deden.
Twee mannen op leeftijd die als kinderen bezig zijn.

Als het om het vouwen van bootjes gaat valt het niet mee om te worden als een kind.


maandag 1 juni 2015

Verzamelen

Ik ben een verzamelaar. Op zich is daar niets mis mee. Veel mensen verzamelen dingen. Als jongetje verzamelde ik al postzegels, sigarenbandjes en suikerzakjes, en voor de binnenlandse veiligheidsdienst noteerde ik in de vijtiger jaren autonummers.(geen idee waarom). De meeste verzamelingen heb ik, toen ikzelf ouder werd, geruild voor andere zaken. Behalve mijn postzegels. Dat is een verzameling die ik nog steeds bezit omdat die iets met muziek te maken heeft, en dan vooral met Mozart.
Ook fluiten en fluitjes behoren tot een van mijn verzamelingen. Rechte fluiten, bekfluiten, blokfluiten, dwarsfluiten, noem maar op. Ooit uitgestald in een mooie vitrinekast, nu verbannen naar de zolder. De verzameling kinderboeken van W.G. van der Hulst staan naast de bijna complete verzameling Boekenweekgeschenken te pronken in mijn boekenkast. Ik vind het heerlijk om ergens op een rommelmarkt of kringloopwinkel een ontbrekend exemplaar te vinden. Al deze verzamelingen zijn dingenverzamelingen. Als ik er niet meer ben verdwijnen ze uit het zicht. Misschien dat een van de kinderen uit piëteit er een stukje van meeneemt. Het geeft niet want het verzamelen zelf is het plezier, niet het hebben. Ik memoreer graag Mattheus 6:19. Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Mijn mooiste verzameling is echter geen dingenverzameling, maar een woordenverzameling. In een groot gemarmerd boek verzamel ik mooie zinnen, sprekende uitspraken, gedichten, opschriften, losse gedachten, gebeden, onzinregels, troostwoorden en wat nog meer aan woorden te bedenken valt. In de loop der jaren is het een bron van troost, bemoediging en vermaak geworden. De tijd heeft ons niet onberoerd.We verloren geliefden en we werden getroost door de opgeschreven woorden van de dichteres Jacqueline van der Waals: 
Ik sprak niet: “Goede dood”
Ik sprak niet: “Boze”,
Maar het dennenbosje geurde en de rozen.
En ‘k had het leven nooit zo liefgehad.
Even verderop van Bert Schierbeek de zin: “Als je dood gaat ontmoet je het licht van voor de schepping”. Een mooie zin die nieuwsgierig maakt naar het volgende leven. Al bladerend lees ik ook: “In God sterft niets, alle dingen worden in hem levend”. Mooi gezegd want: “God doet de zon in het water schijnen, God heeft het land aan de woestijnen”. Ik weet niet wie deze zinnen geschreven hebben. Ik vind ze gewoon mooi.
         Ook kleinkinderen doen uitspraken die je graag opschrijft:
Boris: “De bomen zijn zo zwart vandaag”.
Roel: “Kun jij niet schilderijen, opa?”
Ruben: “Opa heeft kaal haar”.
 Soms loop je tegen een zin aan die je raakt omdat hij zo mooi en eenvoudig is dat je het wel moet opschrijven: Ik denk, ik ben een park vol met vogeltjes en laat ze los. van Hakim Weetniks.
        Over het weer zijn ook mooie zinnen te lezen.
Wat te denken van:
De nacht is blind.
Er staat een haveloze regen voor de deur.
Het heeft geregend tussen ons.
De mist sluipt tussen ons en de kleuren in.
In mijn woordenverzamelboek zijn ook boekfragmenten te vinden. Van de priester/publicist Eugen Drewerman heb ik het volgende bewaard:
Hoe laat men kinderen van de grote stad die bij kunstlicht zijn verwekt weer oog krijgen voor het licht van de sterren. Hoe verschaffen we bij de oren die vernietigd zijn door het gedreun van de disco’s gehoor voor muziek van de hemel. Hoe wekken we in het hart van mensen die in hun materialisme zijn omgekomen verlangen naar het oneindige?
Nog steeds actueel.
Verzamelen is leuk om te doen, maar woorden verzamelen is zinvol en verrijkend. Ik kan het aanbevelen. 

dinsdag 24 februari 2015

Ik heb de deure lös

Jij mailden vannacht hoe benauwd jij bennen
Wat ik eigenlijk al wus
Vandoar da’k eben tegen jou zeggen wul
Ik heb de deure lös
Ik heb de deure lös
Twievel nou mar niet
Heb de deure lös
Veur jou altied.

Bovenstaande tekst is een gedeelte uit een liedje van de Drentse zanger Daniel Lohues. Het zweeft al weer een tijdje door mijn hoofd. Eigenlijk al vanaf de startzondag in september.  In de Dorpskerk onderging ik de plaatselijke Startzondagdienst en in de middag voor de TV de jubileumdienst t.g.v. het 10-jarig bestaan van de PKN. Het verschil in beide diensten was dat in de Dorpskerk elementen uit de populaire, seculaire cultuur pas na de dienst tijdens een open podium aan de orde kwamen, terwijl in de jubileumdienst deze elementen geïntegreerd waren in de liturgie. Er zijn mensen die zeggen dat wie over de drempel van de kerk stapt een ander taalveld binnen gaat en daarbij een andere houding aanneemt. De kerk wil een contrast bieden tegen het leven van alledag en daar horen geen liedjes bij die je al hoort op Radio 538 (F.Bosmans Cultuurtheoloog).
Daar kan ook anders over gedacht worden. Ik kan me goed vinden in de gedachten van de emeritus predikant Jelmer Koornstra uit Deventer die regelmatig een poplied in zijn diensten laat horen, soms als gebed, maar meestal als buiten-bijbelse lezing, om het thema van de viering te actualiseren. Veel mensen herkennen in popmuziek hun postmoderne levensgevoel. Dat levensgevoel gaat niet uit van wetenschappelijke verklaringen en godsdienstige duidingen van de wereld en de geschiedenis, maar van eigen ervaringen.
Geen grote verhalen en weidse theorieën, maar het alledaagse, in de persoonlijke tragiek en het kleine geluk. Het is belangrijk dat we ons verplaatsen in mensen die niets hebben met psalmen of een orgel, gewoon om een ingang te vinden om over het Evangelie te vertellen.        
Onderschat niet de religieuze functie van popmuziek. Het kan iets teweeg brengen van zelfoverstijging, een alles te bovengaand geluksgevoel, het kan je verzoenen met de donkere kanten va het bestaan. We raken nu aan het begrip religie, waarbij we denken aan het betrokken zijn bij een hogere macht, een andere kant, aan het openstaan voor dingen die groter zijn dan wijzelf. Toch maar even terug naar het open podium in de Dorpskerk. Heel veel emoties kwamen los bij de verschillende presentaties. Ontroering bij het musiceren van kinderen, bewondering voor het zingen van een popliedje van de zangeres Adele, plezier bij het meezingspel van een accordeonist. Emoties die niet in de dienst in de Dorpskerk te vinden waren. In de herdenkingsdienst waren die emoties er wel. Het Zo! Gospel choir, deed mijn hart sneller kloppen terwijl het prachtige lied Ken je mij van Oosterhuis en van der Loo me ontroerde, een lied dat ook in onze gemeente niet onbekend is. Popmuziek kan veel over het evangelie vertellen.
Jezus, leert ons God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. In de herdenkingsdienst
werd het lied Mag ik dan bij jou van Caudia de Breij gezongen waarin gezongen wordt:
Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen, droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag, mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.
Pure naastenliefde. Het zou bij iedere preek over de Liefde kunnen worden gezongen. En zo kom ik weer bij mijn begin. Als Daniel Loheus zingt over de deur die altijd openstaat dan kan ik niet anders dan aan de woorden van Jezus denken: Kom allemaal jullie die moe van het leven zijn en rust bij me uit. In het Drents klinkt het dan zo:
Ik heb de deure lös, twievel nou mar niet. Heb de deure lös, veur jou altied.
Popmuziek staat heel dicht bij de mensen. 
Soms ook heel dicht bij God.

woensdag 18 februari 2015

Passport to Heaven


De uitnodigende rouwkaart vermelde het overlijden van een uit het oog verloren aangetrouwde oom. Er deden nogal wat verhalen de ronde over zijn levenswandel. Ik had mijn vader wel eens horen zeggen dat hij recht in de leer was en niet meeging in “allerlei wind van leer”.
Ik had geen idee wat me te wachten stond.

De aula ziet er zeer nieuw, functioneel en doods uit. Het regent.
Ik haal een keer diep adem en probeer me voor te stellen wie en wat ik zal ontmoeten.
Wie weet hoeveel onbekende neven en nichten er wel niet zullen zijn.
Alleen de oudste dochter kan ik me herinneren: Een grote lieve meid met veel haar en te grote voeten, aan wie ik wel eens een onkuise gedachte heb geweid.
In de aula veel familie.Ik herken niemand. Aarzelend loop ik naar de oudst uitziende dame en stel me voor en condoleer haar met het verlies van haar man. “Mijn moeder zit naast me”, zegt ze. Ik verontschuldig me, krijg een kleur, en stel me voor aan de vrouw die mijn tante is en condoleer haar. Ze houdt langdurig mijn hand vast en zegt dat ze zo blij is dat ik er ben en of ik wel ben uitgenodigd.
De dochter haast zich te zeggen dat dat wel het geval is en ik haal opgelucht adem.
Tijdens dit onderhoud bemerk ik een beweging in de lange rij van familieleden.
Ik hoor iemand fluisteren dat ik Henny van Henk van Hendrik ben en heb dan een moment het "verlorenzoon­gevoel", dat snel overgaat als iemand mij met Wiebe aanspreekt.
Als ik naar de kerkzaal wil neem ik een verkeerde deur en sta plotseling naast de kist waar mijn oom is opgebaard. Het lijkt of hij me met zijn zwart omrande bril vrolijk aankijkt.
Als ik de kerkzaal inloop verbeeld ik me op de verkeerde plaats te zijn, want de sfeer is bijna vrolijk te noemen. Er wordt luid gesproken en gelachen.
De uitvaartleider vraagt of we willen gaan staan want “achter gesloten gordijnen wordt de kist gedicht". We mogen weer gaan zitten.
We gaan weer staan als de familie binnenkomt. Een kleine vrouw achter het spreekge­stoelte maant ons weer te gaan zitten en dat we uit dankbaarheid een loflied moeten zingen.
Een deel van de aanwezigen geeft daaraan gehoor en zingt uit volle borst met opgestoken handen het opgegeven lied.
Ik laat het over me heen gaan en bepeins dat er kennelijk het een en ander in de gemeente van mijn oom veranderd is, of is hij overgegaan naar een andere kerk? Is hem op hoge leeftijd het ware geloof geopenbaard? Ik kom er niet uit.
De dienst wordt ondertussen uitbundig voortgezet met nog meer liederen. Het lijkt of de dood een vrolijke gebeurtenis is.
Ik begin aan de luidruchtigheid te wennen en verval weer in gemijmer, maar veer op als drie mensen een lied gaan zingen met de vraag of mijn paspoort voor de hemel wel getekend is.
De stemmen zijn mooi en de gitarist speelt goed, ik geniet totdat een man voor me luidkeels met opgeheven armen mee gaat zingen.
Ik hoor in de preek nog hoe het leven van mijn oom is verlopen. Ik ben verbaasd. Na een kortstondige periode van drank en ander misbruik is mijn oom bij deze vrolijke gemeenschap beland. Hij is nu in de hemel wordt mij vanaf de kansel verzekerd. Zijn paspoort was getekend. Dan wordt er gevraagd hoe het met ons is. Is uw paspoort getekend? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat vrouw op het spreekgestoelte me indringend aankijkt.

Als we eindelijk mijn oom naar zijn laatste rustplaats brengen schijnt de zon.
Het regenwater stijgt als een ijle damp naar boven.
God glimlacht, denk ik, om al die moeite die gedaan is om van een gewoon mens een heilige te maken.
Zijn hemel is groot en voor velen is er plaats, ook voor mijn oom.
Een lieve oude tante pakt me bij de arm.

"Mooi he?” zeg ze.

maandag 10 november 2014

Stilte

Stilte
Bijna iedere morgen sta ik, terwijl mijn honden vrij rondlopen, op een heuveltje met de rug tegen een oude beuk te kijken naar het voor mij liggende land. Vandaag is het land geploegd. De zwarte voren lijken te wachten op het zaaigoed. De mist dekt het toe met zachte hand. Ik ervaar geen geluid. De stilte neemt bezit van me. Mijn hoofd loopt leeg. Er zij geen storende gedachten. Er is in mij alleen maar stilte, een intense vredige stilte.                                      De mens heeft zo nu en dan rust nodig maar heeft vooral stilte nodig. Niet alleen om even bij zinnen te komen of, zoals dat heet “je even te herpakken”, maar om de vrede te ervaren die in de stilte is verborgen. Stilte geeft rust, geeft troost en geneest.

 Ik vind het verrijkend om de kerkdienst te beginnen met stilte. Het is een op adem komen voordat de liturgie begint. Geen stilte voor de storm dus. Stilte is er in allerlei vormen. Iedereen kent wel de benauwende stilte, de gespannen stilte en de verlossende stilte.                                                In de muziek speelt stilte een grote rol. Zonder rusten kan muziek niet bestaan. Een bijzondere vorm van stilte is de emotionele stilte. Ik ervaar dat bijvoorbeeld na de aria: Erbarme dich, mein Gott uit de Matthäuspassion van Bach. Met bijna dichtgeknepen keel onderga ik die aria. Doodstil.

Het zoeken naar stilte is universeel. Veel grote kunstenaars hebben gezocht naar vormen om de stilte te verbeelden.
Een uiterste vorm is de stiltemuziek van de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) Hij componeerde in 1952 een werk voor piano getiteld 4'33" (uitspraak: vier minuten en drieëndertig seconden) Cage noemde het zelf een silent piece. Het stuk gaat als volgt: De pianist zit voor de piano en raakt in 4 minuten en 33 seconden geen toets aan. Totale stilte  waarbij slechts het toevallig aanwezige en niet geënsceneerde geluid aanwezig is.
Bij het “aanhoren” bekruipt je aanvankelijk een onbehagelijk gevoel, totdat je je overgeeft aan de muzikale stilte.
Overigens, wanneer we naar muziek luisteren, is het de stilte die de meest intense en positieve hersenactiviteit stimuleren.
John Cage baseerde zijn werk op de White Paintings van Robert Rauschenberg. Dit schilderij bestaat uit 7 witte panelen. Door de afwezigheid van kleur en vorm blijft alleen de stilte over. Het is alsof je kijkt naar een kloostermuur, een witte kloostermuur.
De sprong naar het klooster is gemakkelijk gemaakt. Er zijn kloosterordes waar het zwijgen, de stilte, een vanzelfsprekend iets is, zoals de orde van de Kartuizers waar stilte gezien wordt als een voorwaarde om een hoger bewustzijn te bereiken. Omdat woorden ontoereikend zijn, wordt (overtollig) spreken vermeden. Overigens kan stilte in bepaalde omstandigheden van inhoud veranderen. Het lied Het is zo stil in mij gezongen door Van Dik Hout bezingt oorspronkelijke de stilte tussen twee geliefden. Als Judas het in The Passion van 2012 zingt dan is het een stilte van spijt, wroeging en eenzaamheid.

Stilte is voor ieder mens belangrijk. Ik zie uit naar de momenten van collectieve stilte, de verbindende stilte. De stilte van het stil gebed in de kerk. De stilte bij de 4 mei herdenking, waar ik na een aantal jaren weer bij zal zijn nu de rust, de stilte,  is weergekeerd.
God spreekt immers in de stilte.
 Onze oud-voorganger Jaap Zijlstra schreef in zijn gedicht Stilte het volgende:
De zee draagt vrede deze nacht
op kleine golven naar me toe.
Waarom en hoe zijn nu van geen belang.
Ik tracht niet meer en voel me niet meer moe.
Dit is het dan waarop ik heb gewacht,
de stilte waar ik diep voor onderdoe.

Stilte is ook genade.


.  
















.

maandag 23 juni 2014

Passie




    
“Of ik mee wil als begeleider, naar een middag van FC Twente”, vraagt Joke van het zorgcentrum de Losserhof.  “ De spelers van FC Twente spelen samen met  bewoners van de Losserhof en het Bouwhuis uit Enschede een toernooi en RinTinTin maakt de muziek”                        Ik heb niet zoveel met voetbal. Opgegroeid in Almelo vlakbij het veld van Herácles is er wel enige sympathie voor die club, alhoewel het ondenkbaar was dat ik op zondagmiddag naar een wedstrijd van Heracles zou mogen kijken. Voetballen op zondag was toen nog zonde en mijn vader zei: “je kijkt niet naar iets wat zondig is”. In Twente verscheen later nog een club van enige importantie en wel FC Twente.       Wij Almeloërs hadden er niets mee. Enschede, weet je wel.                                                                                                      RinTinTin is de muziekband van het Twentse zorgcentrum Losserhof en in die band speelt Owen, ons pleegkind. Owen (37) heeft het syndroom van Down. Hij is lief, praten kan hij niet, dat is hij in de loop der jaren kwijtgeraakt. De Losserhof is zijn huis. Owen kan niet veel, maar goed op een trom slaan kan hij wel. Hij is dan ook bij RinTinTin aangesteld als eerste paukenist. Van de bewoners van de Losserhof zei men vroeger dat ze geestelijk gehandicapt waren, wat later waren ze verstandelijk beperkt en nu zijn het mensen met mogelijkheden. Ik kan me daar wel in vinden.  In de bus naar het veld van FC Twente zit de stemming er goed in. Sommigen hebben alvast hun voetbaltenue aangetrokken en lopen het gangpad op en neer om de spieren warm te houden. Anderen oefenen onverstaanbare strijdkreten of zingen luidkeels dat ze nog lang niet naar huis toe  gaan. Owen kijkt uit het raam. De wereld gaat langs hem heen.

Het is koud op het veld. Het sneeuwt. Er wordt met passie gevoetbald. Ieder team is aangevuld met een paar spelers van FC Twente.  De keeper van FC Twente heeft de grootste moeite  om ook maar één bal te stoppen. Keer op keer wordt hij gepasseerd door onze jongens en meisjes. Wij hebben een eenvoudige tactiek en wel die van de massale aanval, want als je wilt winnen moet je scoren. Logisch toch? Dat onze achterhoede daardoor zwak komt te staan is van geen belang. Uitslagen van 11-13 zijn heel gewoon. Ondertussen zweept RinTinTin de stemming verder op. Het is een feest van passie en strijdlust. Groot verdriet bij een nederlaag en uitbundige vreugde bij een overwinning, want het gaat om de knikkers. Op een tafel staan bekers, bekertjes en medailles. Bij de prijsuitreiking bedenkt Owen dat hij ook recht heeft op een prijs en banjert naar de tafel en pikt een beker mee. Ik kan hem niet aan zijn verstand brengen dat muzikanten tot de orde van dienaren behoren en geen bekers verdienen op een voetbaltoernooi en dat de beker ingeleverd moet worden. Hij is ontroostbaar. Pas als ik een grote zak chips weet te veroveren breekt zijn lach weer door.    
In de bus terug, wordt ik ondergedompeld in de feestvreugde. Sommigen waren kampioen geworden en anderen bijna. Luidkeels wordt gezongen dat ze nog lang niet thuis zijn.     Ik juich en zing wel een beetje mee maar voel me toch geremd. Wat is er verloren gegaan in de loop van mijn leven. Waar is die kinderlijke vreugde ? Mijn verstand zit mijn uitbundigheid in de weg, denk ik. Wie is hier  eigenlijk beperkt?
Ik ben de voetballers van FC Twente dankbaar en denk aan de woorden van Jezus: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste mijner broeders of zusters  hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan”
Het was een mooie dag.

donderdag 7 november 2013

Smaakmakers


Mijn zomerzon staat lager aan de einder, 
en ik besef dat herfsttij mij omhult.
Al ben ik voor de goede dood niet bang,
toch benauwen mij de korte dagen, 
de nachten waar ik woelend wakker lig.
en dan gedachten en herinneringen
de vrije ongedwongen loop laat gaan ,
en met mijn Vader tweegesprekken voer
en ook met mensen die al lang zijn heengegaan. 

Soms wordt het leven mij een last
en is de somberheid niet van de lucht,
voor mijn naasten ben ik dan een plaag.  

Toch hinkel ik op tegels in mijn straatje
en speel de blues en jazz en spiritual
en dank ik God en speel soms een psalm.  

Ik schreef dit gedicht in een periode dat het leven wat weerbarstig was. Ik was de zeventig royaal gepasseerd  en was zoekend en tastend naar wat ordening voor de laatste jaren van mijn bestaan. Ik relativeerde de dingen die ik deed zo erg dat er weinig meer overbleef wat ik de moeite waard vond om te doen.
Op enig moment besloot ik om in ieder geval voor een paar zaken te gaan vechten. Ik zou vechten voor mijn geloof en ik zou muzikant blijven. Zo mogelijk tot het einde.
Voor een van onze kinderen schreef ik een gedicht dat eigenlijk  een reflectiegedicht was

Leef,
ook al rukt de wind de haren  van je kop
en blaast de storm je om
spoelt regen je ogen  vol sop
en maakt de kou je stom
dan noch…
leef alsof je morgen sterft
en werk alsof je eeuwig leeft.
Het was in die tijd dat ik waardering kreeg voor de zanger/pianist Maarten van Roosendaal. Niet dat ik het vaak met zijn teksten eens was, maar ik bewonderde de passie waarmee hij in het leven stond.
In het liedje Red mij niet, dat in 2000 de Annie M.G.Schmidt-prijs kreeg, zing hij:
Laat mij mijn kont tegen de krib
Laat mij dit goddeloze lied
Hef jij je handen maar ten hemel
Maar red mij niet.
Hij koos ergens voor. Hij koos voor een leven zonder God. Gepassioneerd, dat wel.
Hij stierf dit jaar 54 jaar oud aan drank en nicotine.
          Op mijn kamer hangt een foto van de jazzsaxofonist Arnett Cobb (1918-1989) Het is een foto uit 1988 waarop hij, staande op twee krukken, een van zijn geweldige solo’s speelt. Hij had bij een auto-ongeluk zijn beide benen gebroken en zijn rug was al eerder beschadigd. Hij bleef spelen. Arnett Cobb ging door tot het eind.
Twee verschillende gepassioneerde mensen. Overal kom je ze tegen, de mensen met passie.
Passie, daar gaat het om, ook in de kerk.
De kerk heeft gepassioneerde mensen nodig van allerlei soort. Het zijn de smaakmakers, de mensen met de kont tegen de krib en de kop in de wind, desnoods op krukken.  Laat je niet uit het veld slaan, maar ga voor je passie en dank God en zing een psalm. 

 

maandag 14 oktober 2013

Tsjaikovski


Mooi hoor” zei ze, “schitterende  muziek en prachtig gespeeld, maar het is geen christelijke muziek hé?” Ze keek me vragend en een beetje afkeurend-onderzoekend aan.
 “Tsjaikovski” drong ze aan.
Ik was verrast door de vraag en wist even geen antwoord. Wat is er mis met de muziek van Tsjaikovski, dacht ik. In onze kerk wordt tijdens de dienst veel gemusiceerd. De gemeente is gezegend met een aantal goede muzikanten, die zowel uit de klassieke als uit de wereld van de lichte muziek komen.
In deze dienst had het Vordens Klarinetkwartet na de preek het tweede deel uit het eerste strijkkwartet van Tsjaikovski gespeeld, het Andante Cantabile. Naar mijn idee een van de mooiste composities van die Russische componist. Ik begreep de vraag, maar het antwoord bleef hangen. Zoals gewoonlijk wist ik pas een dag later wat ik had moeten zeggen. Het ging haar in wezen om de vraag of muziek die niet specifiek christelijk is in de kerkdienst gespeeld kan worden.
God is niet in taal te vatten, hoorde ik Trouwjournalist Stevo Akkerman  op TV zeggen in een gesprek met Tijs van den Brink
Dat is zo, dacht ik. Zolang de mens weet heeft van God is er over Hem geschreven en gesproken en we zijn nog lang niet uitgesproken. Daarom is er muziek. Muziek overstijgt de spraak. Het heeft een zeggenschap die niet in woorden is uit te drukken. Muziek is een van de grootste gaven die God aan de mensen heeft gegeven.
Ik had de vragenstelster moeten vragen om een uurtje met me op te lopen, dan had ik haar kunnen vertellen dat van Genesis tot Openbaringen in de Bijbel wordt gemusiceerd en gezongen en dat God behagen heeft in muziek. Ik had haar kunnen vertellen dat muzikanten in een kerkdienst spelen voor Gods aangezicht en dat dat geen vrijblijvende zaak is. Voor het aangezicht van God spelen betekent dat je

alle zeilen moet bijzetten. Je moet het beste geven wat je hebt want je bent immers onderdeel van de lofprijzing geworden. “Preken zijn de bouwstenen en muziek is het cement” zei een collega eens. De keuze van je liedjes, van je muziek moet dus een aanvulling zijn op de verkondiging.

Het vraagt overigens ook wat van de luisteraar,zou ik gezegd hebben. In de kerk luister je met een ander oor. In het concrete geval zou een liedje als Kom maar bij mij van Marco Borsato, wat niet direct een christelijk liedje is, heel goed in een dienst passen omdat het uiteindelijk over het grote gebod van de naastenliefde gaat. (God liefhebben bovenal en je naaste als jezelf).

Maar nu Tsjaikovski..
Dat is toch alleen maar klank, zou ze opmerken.
We zouden stil gaan staan en luisteren naar de wind in de bomen en naar de roep van een vogel, we zouden luisteren naar de taal van de natuur. Zo kun je ook luisteren naar de taal van muziek. Mijn vrouw noemt dat klanktaal. Dat is een goed woord. Je moet je ervoor openstellen.
Wat Tsjaikovski dacht toen hij zijn strijkkwartet schreef weet ik niet, maar in die prachtige melancholieke muziek hoor ik een groot verlangen naar de Eeuwige. Ik hoor een stilte die zich vult met troost.
Of het christelijke muziek is?
Ik twijfel over mijn antwoord.
Na enige tijd zou ik zeggen dat het Goddelijk muziek is.