Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

dinsdag 11 april 2017

Foto uit Aleppo

Aleppo


         
Zijn naam is Mohammad Mohiedine Anis. Hij is 70 en woont in de wijk al-Shaar in het Syrische Aleppo. Ik heb een foto van hem. Een dramatische foto. Hij zit in de slaapkamer van zijn aan flarden geschoten huis. De kamer ligt vol puin. De sponningen van de ramen hangen naar buiten, de gordijnen hangen gerafeld aan de muur. Op een nachtkastje, dat verdwaald in de kamer staat, liggen boeken dik onder het stof. Op een rieten stoel liggen wat kleren. Het is chaos. Door het raam zie ik de overkant van de straat. Een flatgebouw, beschadigd door bommen en raketten. In die totale destructie zit op de zijkant van het bed Mohammad Mohiedine Anis. Zijn ene been over het andere, een pijp in zijn rechterhand. Het grijze hoofd aandachtig gebogen, luisterend. Hij lijkt totaal ontspannen. Het enige wat in de kamer nog heel is, is een koffergrammofoon. Er is in de grauwe kamer maar een klein kleurtje, en dat is het rode etiket van de grammofoonplaat. Mohadiene Anis luistert naar muziek. Een oude man die, letterlijk tussen de brokstukken van zijn leven, opgaat in de wonderlijke wereld van de muziek.
Wat is dat toch, die wonderlijke kracht en macht van de muziek?
Is de kracht van muziek hierin gelegen dat het woordloos antwoord geeft op vragen waar woorden tekort schieten? Ik wil het anders zeggen: Soms boort muziek een laag in je ziel aan waarvan je het bestaan niet eens wist.
Lagen tussen heimwee, melancholie, vreugde en extase .
 
!n 1948 was ik 12 jaar. We hadden thuis geen grammofoon. We hadden radiodistributie. Aan de wand hing een grijs vierkant kastje. Met een grote zwarte knop kon je op wel vier verschillende zenders afstemmen. Een van die vier was een klassieke zender. We luisterden vaak samen naar muziek en het moet toen geweest zijn dat ik voor het eerst in stilte moest huilen omdat de emotie die ik onderging bij het horen van muziek te groot was. Ik begreep niet wat me overkwam. Als aankomende puber is dat wel te verklaren, maar tot op de dag van vandaag kan ik totaal van slag raken bij het ondergaan van muzikale emoties. 
Ik las ergens dat muziek zozeer een diep ingrijpende schoonheidsbeleving is, en haar uitwerking op mensen is soms zo overweldigend dat het bijna een religieuze ervaring wordt.

Zo ervaar ik het ook. Ik geloof dat God ook te vinden is in de schoonheid van de muziek. Ik luister nu anders naar muziek dan de 12 jarige puber, zeker nu het leven me getekend heeft en ik het verdriet en de hardheid van de wereld heb leren kennen. De dichteres Hanny Michaelis schreef daar het gedicht Luisterend naar de muziek...over.

 

Luisterend naar de muziek

die wij vroeger samen hoorden,

ruk ik aan mijn verdriet
als een hond aan een ketting.
 
Violen en fluiten zweven
een zilveren rag
over de afgrond
totdat de stilte
mij weer insluit.
 
Onder haar matglazen stolp
ontbrandt opnieuw
het geluidloze gevecht
tussen verwachting en wanhoop
om het niemandsland
van mijn bestaan.
 
Terug naar de foto.
Ik weet niet waar Mohammad Mohiedine  Anis naar luistert, maar ik zie in hem de vrede, ook al is het maar voor even en ontbrandt later opnieuw het geluidloze gevecht tussen verwachting en wanhoop. Wat blijft is de troost die muziek biedt in het leven.
Ik ben klaar en leg de foto terug in de knipseldoos en bedank Mohammad Mohiedine  Anis voor zijn wijsheid en even later luister ik naar mijn favoriete Drentse blueszanger Daniel Lohues als hij het liedje Bij de hemel in de rij zingt. Ik voel me gelukkig.
 


 
 



maandag 1 februari 2016

Over hemelse zaken


Mijn leven hangt dit jaar van grote emoties aan elkaar. Hoe ouder een mens wordt hoe vaker hij afscheid moet nemen van mensen die hij heeft liefgehad. Daarbij hoort het zoeken naar antwoorden op vragen over leven en dood. En steeds kom je tot de conclusie dat er geen antwoorden zijn. Leven en dood blijven een mysterie. Wat weet ik van het leven na de dood? Eerlijk gezegd niets. Dat ik verwacht dat het beste na dit leven nog komen moet, wil niet zeggen dat ik weet wat er komt. Ik verwacht dat het hiernamaals een grote schoonheid heeft met niet vermoede horizonten. Ik geloof ook dat de schoonheid die we bij ons leven ervaren een afspiegeling is van wat ons te wachten staat. Nog sterker, ik geloof dat God ook te vinden is in de schoonheid van de kunsten, en voor mij geldt dat in het bijzonder in de schoonheid van de muziek. Wil van den Bercken, schrijft in zijn boek Geloven tegen beter weten in, “muziek is zozeer een diep ingrijpende schoonheidsbeleving en haar uitwerking op mensen is soms zo overweldigend dat het bijna een religieuze ervaring wordt.”   Zijn conclusie is dat het christendom niet is gebaseerd op esthetische vervoering. Dat is ook zo, maar God is in schoonheid wel aanwezig. De romanschrijver Richard Powers schreef ooit over Mozarts klarinetconcert dat het klinkt zoals genade zou klinken. Met die uitspraak kan ik instemmen, ook al omdat ik, een improviserend muzikant, weet wat genade is.

Zoals ik al zei, mijn leven zit vol grote emoties.
 
                  Mijn broer belde me weer en vroeg of we langs wilden komen om afscheid te nemen van Tineke, zijn vrouw. Ze was zo ziek dat het einde niet lang meer zou duren. Ze was een heel dynamische vrouw met een brede belangstelling. Gelovig en ouderling, zong bij de Reisopera, speelde piano en was een Bachkenner
We spraken met haar over de laatste dingen. We baden samen en namen afscheid met de woorden: Tot ziens. Enkele uren later was ze overleden.

              De teraardebestelling was een aangrijpende gebeurtenis. Mijn broer en ik zijn de laatsten van het gezin waarin we opgroeiden en samen met zijn kinderen treurden we en vertelden elkaar de verhalen over Tineke. We namen de condoleances in ontvangst en maakten ons op voor de afscheidsdienst, die plaats vond in de prachtige oude kerk in Almelo. In processie liepen we achter de baar naar de kerk. De kleinkinderen met de armen vol bloemen voorop. Als we de overvolle kerk binnenkomen klink het overweldigende Lacrimoso uit het requiem van Mozart. Het zingt van de oordeelsdag waarop we voor een genadige God zullen staan. De muziek stroomt door de zonnige witgewelfde ruimte als een vloed van genade als een bron van liefde. Ik voel me opgenomen door een emotie die me losmaakt van het verdriet om al die mensen die ik al moest laten gaan. Het is een glimp van de toekomst. Troostrijk. Misschien liet God me iets zien van zijn heerlijkheid. Het was een religieuze ervaring die boven de menselijke emotie uitging.

Er zijn ook andere emoties, dichter bij de aarde.

           Als ik dit schrijf is het een paar dagen geleden dat we onze jongste hond hebben laten inslapen. Frieda was heel erg ziek. Met haar kleine koppie op de schoot van Sabine, mijn vrouw, is ze ingeslapen. Er was geen hemelse muziek, maar onze emoties waren er wel. Afscheid nemen van een geliefde gaat maar door, met pijn en verdriet, maar met hoop. Misschien is er ook ergens een plaats voor lieve honden. Ik weet het niet. Ik weet weinig van een leven na de dood, maar ik heb een glimp gezien.

dinsdag 24 februari 2015

Ik heb de deure lös

Jij mailden vannacht hoe benauwd jij bennen
Wat ik eigenlijk al wus
Vandoar da’k eben tegen jou zeggen wul
Ik heb de deure lös
Ik heb de deure lös
Twievel nou mar niet
Heb de deure lös
Veur jou altied.

Bovenstaande tekst is een gedeelte uit een liedje van de Drentse zanger Daniel Lohues. Het zweeft al weer een tijdje door mijn hoofd. Eigenlijk al vanaf de startzondag in september.  In de Dorpskerk onderging ik de plaatselijke Startzondagdienst en in de middag voor de TV de jubileumdienst t.g.v. het 10-jarig bestaan van de PKN. Het verschil in beide diensten was dat in de Dorpskerk elementen uit de populaire, seculaire cultuur pas na de dienst tijdens een open podium aan de orde kwamen, terwijl in de jubileumdienst deze elementen geïntegreerd waren in de liturgie. Er zijn mensen die zeggen dat wie over de drempel van de kerk stapt een ander taalveld binnen gaat en daarbij een andere houding aanneemt. De kerk wil een contrast bieden tegen het leven van alledag en daar horen geen liedjes bij die je al hoort op Radio 538 (F.Bosmans Cultuurtheoloog).
Daar kan ook anders over gedacht worden. Ik kan me goed vinden in de gedachten van de emeritus predikant Jelmer Koornstra uit Deventer die regelmatig een poplied in zijn diensten laat horen, soms als gebed, maar meestal als buiten-bijbelse lezing, om het thema van de viering te actualiseren. Veel mensen herkennen in popmuziek hun postmoderne levensgevoel. Dat levensgevoel gaat niet uit van wetenschappelijke verklaringen en godsdienstige duidingen van de wereld en de geschiedenis, maar van eigen ervaringen.
Geen grote verhalen en weidse theorieën, maar het alledaagse, in de persoonlijke tragiek en het kleine geluk. Het is belangrijk dat we ons verplaatsen in mensen die niets hebben met psalmen of een orgel, gewoon om een ingang te vinden om over het Evangelie te vertellen.        
Onderschat niet de religieuze functie van popmuziek. Het kan iets teweeg brengen van zelfoverstijging, een alles te bovengaand geluksgevoel, het kan je verzoenen met de donkere kanten va het bestaan. We raken nu aan het begrip religie, waarbij we denken aan het betrokken zijn bij een hogere macht, een andere kant, aan het openstaan voor dingen die groter zijn dan wijzelf. Toch maar even terug naar het open podium in de Dorpskerk. Heel veel emoties kwamen los bij de verschillende presentaties. Ontroering bij het musiceren van kinderen, bewondering voor het zingen van een popliedje van de zangeres Adele, plezier bij het meezingspel van een accordeonist. Emoties die niet in de dienst in de Dorpskerk te vinden waren. In de herdenkingsdienst waren die emoties er wel. Het Zo! Gospel choir, deed mijn hart sneller kloppen terwijl het prachtige lied Ken je mij van Oosterhuis en van der Loo me ontroerde, een lied dat ook in onze gemeente niet onbekend is. Popmuziek kan veel over het evangelie vertellen.
Jezus, leert ons God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. In de herdenkingsdienst
werd het lied Mag ik dan bij jou van Caudia de Breij gezongen waarin gezongen wordt:
Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen, droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag, mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.
Pure naastenliefde. Het zou bij iedere preek over de Liefde kunnen worden gezongen. En zo kom ik weer bij mijn begin. Als Daniel Loheus zingt over de deur die altijd openstaat dan kan ik niet anders dan aan de woorden van Jezus denken: Kom allemaal jullie die moe van het leven zijn en rust bij me uit. In het Drents klinkt het dan zo:
Ik heb de deure lös, twievel nou mar niet. Heb de deure lös, veur jou altied.
Popmuziek staat heel dicht bij de mensen. 
Soms ook heel dicht bij God.

maandag 10 november 2014

Stilte

Stilte
Bijna iedere morgen sta ik, terwijl mijn honden vrij rondlopen, op een heuveltje met de rug tegen een oude beuk te kijken naar het voor mij liggende land. Vandaag is het land geploegd. De zwarte voren lijken te wachten op het zaaigoed. De mist dekt het toe met zachte hand. Ik ervaar geen geluid. De stilte neemt bezit van me. Mijn hoofd loopt leeg. Er zij geen storende gedachten. Er is in mij alleen maar stilte, een intense vredige stilte.                                      De mens heeft zo nu en dan rust nodig maar heeft vooral stilte nodig. Niet alleen om even bij zinnen te komen of, zoals dat heet “je even te herpakken”, maar om de vrede te ervaren die in de stilte is verborgen. Stilte geeft rust, geeft troost en geneest.

 Ik vind het verrijkend om de kerkdienst te beginnen met stilte. Het is een op adem komen voordat de liturgie begint. Geen stilte voor de storm dus. Stilte is er in allerlei vormen. Iedereen kent wel de benauwende stilte, de gespannen stilte en de verlossende stilte.                                                In de muziek speelt stilte een grote rol. Zonder rusten kan muziek niet bestaan. Een bijzondere vorm van stilte is de emotionele stilte. Ik ervaar dat bijvoorbeeld na de aria: Erbarme dich, mein Gott uit de Matthäuspassion van Bach. Met bijna dichtgeknepen keel onderga ik die aria. Doodstil.

Het zoeken naar stilte is universeel. Veel grote kunstenaars hebben gezocht naar vormen om de stilte te verbeelden.
Een uiterste vorm is de stiltemuziek van de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) Hij componeerde in 1952 een werk voor piano getiteld 4'33" (uitspraak: vier minuten en drieëndertig seconden) Cage noemde het zelf een silent piece. Het stuk gaat als volgt: De pianist zit voor de piano en raakt in 4 minuten en 33 seconden geen toets aan. Totale stilte  waarbij slechts het toevallig aanwezige en niet geënsceneerde geluid aanwezig is.
Bij het “aanhoren” bekruipt je aanvankelijk een onbehagelijk gevoel, totdat je je overgeeft aan de muzikale stilte.
Overigens, wanneer we naar muziek luisteren, is het de stilte die de meest intense en positieve hersenactiviteit stimuleren.
John Cage baseerde zijn werk op de White Paintings van Robert Rauschenberg. Dit schilderij bestaat uit 7 witte panelen. Door de afwezigheid van kleur en vorm blijft alleen de stilte over. Het is alsof je kijkt naar een kloostermuur, een witte kloostermuur.
De sprong naar het klooster is gemakkelijk gemaakt. Er zijn kloosterordes waar het zwijgen, de stilte, een vanzelfsprekend iets is, zoals de orde van de Kartuizers waar stilte gezien wordt als een voorwaarde om een hoger bewustzijn te bereiken. Omdat woorden ontoereikend zijn, wordt (overtollig) spreken vermeden. Overigens kan stilte in bepaalde omstandigheden van inhoud veranderen. Het lied Het is zo stil in mij gezongen door Van Dik Hout bezingt oorspronkelijke de stilte tussen twee geliefden. Als Judas het in The Passion van 2012 zingt dan is het een stilte van spijt, wroeging en eenzaamheid.

Stilte is voor ieder mens belangrijk. Ik zie uit naar de momenten van collectieve stilte, de verbindende stilte. De stilte van het stil gebed in de kerk. De stilte bij de 4 mei herdenking, waar ik na een aantal jaren weer bij zal zijn nu de rust, de stilte,  is weergekeerd.
God spreekt immers in de stilte.
 Onze oud-voorganger Jaap Zijlstra schreef in zijn gedicht Stilte het volgende:
De zee draagt vrede deze nacht
op kleine golven naar me toe.
Waarom en hoe zijn nu van geen belang.
Ik tracht niet meer en voel me niet meer moe.
Dit is het dan waarop ik heb gewacht,
de stilte waar ik diep voor onderdoe.

Stilte is ook genade.


.  
















.

maandag 23 juni 2014

Passie




    
“Of ik mee wil als begeleider, naar een middag van FC Twente”, vraagt Joke van het zorgcentrum de Losserhof.  “ De spelers van FC Twente spelen samen met  bewoners van de Losserhof en het Bouwhuis uit Enschede een toernooi en RinTinTin maakt de muziek”                        Ik heb niet zoveel met voetbal. Opgegroeid in Almelo vlakbij het veld van Herácles is er wel enige sympathie voor die club, alhoewel het ondenkbaar was dat ik op zondagmiddag naar een wedstrijd van Heracles zou mogen kijken. Voetballen op zondag was toen nog zonde en mijn vader zei: “je kijkt niet naar iets wat zondig is”. In Twente verscheen later nog een club van enige importantie en wel FC Twente.       Wij Almeloërs hadden er niets mee. Enschede, weet je wel.                                                                                                      RinTinTin is de muziekband van het Twentse zorgcentrum Losserhof en in die band speelt Owen, ons pleegkind. Owen (37) heeft het syndroom van Down. Hij is lief, praten kan hij niet, dat is hij in de loop der jaren kwijtgeraakt. De Losserhof is zijn huis. Owen kan niet veel, maar goed op een trom slaan kan hij wel. Hij is dan ook bij RinTinTin aangesteld als eerste paukenist. Van de bewoners van de Losserhof zei men vroeger dat ze geestelijk gehandicapt waren, wat later waren ze verstandelijk beperkt en nu zijn het mensen met mogelijkheden. Ik kan me daar wel in vinden.  In de bus naar het veld van FC Twente zit de stemming er goed in. Sommigen hebben alvast hun voetbaltenue aangetrokken en lopen het gangpad op en neer om de spieren warm te houden. Anderen oefenen onverstaanbare strijdkreten of zingen luidkeels dat ze nog lang niet naar huis toe  gaan. Owen kijkt uit het raam. De wereld gaat langs hem heen.

Het is koud op het veld. Het sneeuwt. Er wordt met passie gevoetbald. Ieder team is aangevuld met een paar spelers van FC Twente.  De keeper van FC Twente heeft de grootste moeite  om ook maar één bal te stoppen. Keer op keer wordt hij gepasseerd door onze jongens en meisjes. Wij hebben een eenvoudige tactiek en wel die van de massale aanval, want als je wilt winnen moet je scoren. Logisch toch? Dat onze achterhoede daardoor zwak komt te staan is van geen belang. Uitslagen van 11-13 zijn heel gewoon. Ondertussen zweept RinTinTin de stemming verder op. Het is een feest van passie en strijdlust. Groot verdriet bij een nederlaag en uitbundige vreugde bij een overwinning, want het gaat om de knikkers. Op een tafel staan bekers, bekertjes en medailles. Bij de prijsuitreiking bedenkt Owen dat hij ook recht heeft op een prijs en banjert naar de tafel en pikt een beker mee. Ik kan hem niet aan zijn verstand brengen dat muzikanten tot de orde van dienaren behoren en geen bekers verdienen op een voetbaltoernooi en dat de beker ingeleverd moet worden. Hij is ontroostbaar. Pas als ik een grote zak chips weet te veroveren breekt zijn lach weer door.    
In de bus terug, wordt ik ondergedompeld in de feestvreugde. Sommigen waren kampioen geworden en anderen bijna. Luidkeels wordt gezongen dat ze nog lang niet thuis zijn.     Ik juich en zing wel een beetje mee maar voel me toch geremd. Wat is er verloren gegaan in de loop van mijn leven. Waar is die kinderlijke vreugde ? Mijn verstand zit mijn uitbundigheid in de weg, denk ik. Wie is hier  eigenlijk beperkt?
Ik ben de voetballers van FC Twente dankbaar en denk aan de woorden van Jezus: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste mijner broeders of zusters  hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan”
Het was een mooie dag.

maandag 14 oktober 2013

Tsjaikovski


Mooi hoor” zei ze, “schitterende  muziek en prachtig gespeeld, maar het is geen christelijke muziek hé?” Ze keek me vragend en een beetje afkeurend-onderzoekend aan.
 “Tsjaikovski” drong ze aan.
Ik was verrast door de vraag en wist even geen antwoord. Wat is er mis met de muziek van Tsjaikovski, dacht ik. In onze kerk wordt tijdens de dienst veel gemusiceerd. De gemeente is gezegend met een aantal goede muzikanten, die zowel uit de klassieke als uit de wereld van de lichte muziek komen.
In deze dienst had het Vordens Klarinetkwartet na de preek het tweede deel uit het eerste strijkkwartet van Tsjaikovski gespeeld, het Andante Cantabile. Naar mijn idee een van de mooiste composities van die Russische componist. Ik begreep de vraag, maar het antwoord bleef hangen. Zoals gewoonlijk wist ik pas een dag later wat ik had moeten zeggen. Het ging haar in wezen om de vraag of muziek die niet specifiek christelijk is in de kerkdienst gespeeld kan worden.
God is niet in taal te vatten, hoorde ik Trouwjournalist Stevo Akkerman  op TV zeggen in een gesprek met Tijs van den Brink
Dat is zo, dacht ik. Zolang de mens weet heeft van God is er over Hem geschreven en gesproken en we zijn nog lang niet uitgesproken. Daarom is er muziek. Muziek overstijgt de spraak. Het heeft een zeggenschap die niet in woorden is uit te drukken. Muziek is een van de grootste gaven die God aan de mensen heeft gegeven.
Ik had de vragenstelster moeten vragen om een uurtje met me op te lopen, dan had ik haar kunnen vertellen dat van Genesis tot Openbaringen in de Bijbel wordt gemusiceerd en gezongen en dat God behagen heeft in muziek. Ik had haar kunnen vertellen dat muzikanten in een kerkdienst spelen voor Gods aangezicht en dat dat geen vrijblijvende zaak is. Voor het aangezicht van God spelen betekent dat je

alle zeilen moet bijzetten. Je moet het beste geven wat je hebt want je bent immers onderdeel van de lofprijzing geworden. “Preken zijn de bouwstenen en muziek is het cement” zei een collega eens. De keuze van je liedjes, van je muziek moet dus een aanvulling zijn op de verkondiging.

Het vraagt overigens ook wat van de luisteraar,zou ik gezegd hebben. In de kerk luister je met een ander oor. In het concrete geval zou een liedje als Kom maar bij mij van Marco Borsato, wat niet direct een christelijk liedje is, heel goed in een dienst passen omdat het uiteindelijk over het grote gebod van de naastenliefde gaat. (God liefhebben bovenal en je naaste als jezelf).

Maar nu Tsjaikovski..
Dat is toch alleen maar klank, zou ze opmerken.
We zouden stil gaan staan en luisteren naar de wind in de bomen en naar de roep van een vogel, we zouden luisteren naar de taal van de natuur. Zo kun je ook luisteren naar de taal van muziek. Mijn vrouw noemt dat klanktaal. Dat is een goed woord. Je moet je ervoor openstellen.
Wat Tsjaikovski dacht toen hij zijn strijkkwartet schreef weet ik niet, maar in die prachtige melancholieke muziek hoor ik een groot verlangen naar de Eeuwige. Ik hoor een stilte die zich vult met troost.
Of het christelijke muziek is?
Ik twijfel over mijn antwoord.
Na enige tijd zou ik zeggen dat het Goddelijk muziek is. 

donderdag 27 juni 2013

Mood Indigo


Freddy Hubbard
Bij een foto van Freddy Hubbard

Ik zag hem staan,
die lange man met zijn trompet.
Gezichtverborgen donk’re bril,
lijfgebogen dramatiek.
Mood Indigo

Hoe hij daar stond in eenzaamheid,
te midden van het jazzpubliek
en zwetend, zwoegend, overtuigd
zijn niet geremde solo blies.
Mood Indigo.

Ik had hem lief, niet om zijn lijf

dat parelzwart op glad parket
zijn onbereikbaar leven had,
maar om dat eeuwige verlangen.
Mood Indigo.

Vergeten was de heden tijd
nu ik de oerbron in mij wist
en ik het eindelijk begreep
dat heimwee soms gelukkig maakt.
Mood Indigo.


Freddy Hubbart is mijn leeftijdsgenoot (1938-2008). Misschien dat ik hem daarom bewonder. Het was een trompettist die, naar mijn idee, in de vergetelheid dreigt te geraken. Hij was een groot muzikant die werkte met  onder anderen Sonny Rollin, Slide Hamptons, Quincy Jones en vele anderen. Hij trok de aandacht toen hij in het baanbrekende hard bop ensemble Art Blakey and the Messengers speelde. In 1964 verliet hij de Messengers om zijn eigen band te leiden, en hij behield vanaf dan een gewaardeerde status die hem toeliet enkel als bandleider of special guest te werken.
Na langdurige gezondheidsproblemen en een ernstige kwetsuur aan zijn lip  trad hij na 1992 bijna niet meer op.
Freddie Hubbard overleed op zeventigjarige leeftijd na complicaties voortvloeiende uit een hartaanval.
Hij is nog steeds zeer de moeite waard om te beluisteren.

 

dinsdag 25 juni 2013

Blues for SML Gold Medal II



   
Mijn mooie, oude, saxofoon
is in de mood, is in de blues.
Een warme adem blaast haar aan,
ze speelt weemoedig, eenzaam, triest.

Mijn oude, lieve, saxofoon
is vol van stille, sexy, songs,
met woorden zoet en ongenoemd,
waarin ze zich verliest.

Mijn lieve, trouwe, saxofoon
is net als ik, een dagdroom ver,
vol dromen en herinnering.
Soms schuchter, soms heel driest.

Ik speel mijn ziel en zaligheid.
Ik speel mijn lijf en heerlijkheid.
Daar waar wij samen-komen.

Soms is er ruimte, eindeloos.
Dan speelt ze niet, is ademloos
en vreugdetranen stromen.

       Ik kocht in 1968 deze saxofoon. Het was een tweede hands dus moet zij (voor mij is het een zij) ongeveer 50 jaar oud zijn. Ze is een aantal keren onder behandeling geweest, maar altijd kwam ze als herboren terug. Tot op de dag van vandaag speelt ze als een wispelturige grand lady. Als we het samen kunnen vinden is het dan ook een genoegen om met haar het muzikale gevecht aan te gaan.
Ik dacht dat het tijd werd om haar met een gedicht te vereren