dinsdag 14 april 2015

Kom vanavond met verhalen

Herdenk de vrede en vier de vrijheid 

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen
En vertel ze honderd malen
Alle malen zal ik wenen (Leo Vroman)

Kom vanavond met verhalen
Hoe de laarzen dreunend stampten
En de vrede wreed vertrapten
In hun drang naar zegepralen.

Kom vanavond met verhalen
Hoe de vrijheid werd geknecht
En de angst de kelen snoerde
Als iets hardop werd gezegd.

Kom vanavond met verhalen
Hoe de treinen oostwaarts reden
Met hun geel gesterde lading
Naar de wreedste gruwelijkheden

Kom vanavond met verhalen
Over lafheid en verraad
Over moed en heldendaden
Over duisternis en kwaad.

Kom vanavond met verhalen
Hoe de waarheid werd verdraaid
En de leugen waarheid leek.
En vertel je zonen en je dochters:
Dat de vrijheid duur gekocht is
Met het bloed van vele mensen,
jonge mensen, kostbaar bloed
En vertel ze telkens weer
Dat zij niet voor niets gestorven zijn,
Want vrijheid is een kostbaar goed.

Kom vanavond met verhalen
Hoe de vrede werd herwonnen.
En de vrijheid werd gevierd
Hoe de vijand werd tot vriend

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen
En vertel ze honderd malen
Alle malen zal ik wenen.

dinsdag 24 februari 2015

Ik heb de deure lös

Jij mailden vannacht hoe benauwd jij bennen
Wat ik eigenlijk al wus
Vandoar da’k eben tegen jou zeggen wul
Ik heb de deure lös
Ik heb de deure lös
Twievel nou mar niet
Heb de deure lös
Veur jou altied.

Bovenstaande tekst is een gedeelte uit een liedje van de Drentse zanger Daniel Lohues. Het zweeft al weer een tijdje door mijn hoofd. Eigenlijk al vanaf de startzondag in september.  In de Dorpskerk onderging ik de plaatselijke Startzondagdienst en in de middag voor de TV de jubileumdienst t.g.v. het 10-jarig bestaan van de PKN. Het verschil in beide diensten was dat in de Dorpskerk elementen uit de populaire, seculaire cultuur pas na de dienst tijdens een open podium aan de orde kwamen, terwijl in de jubileumdienst deze elementen geïntegreerd waren in de liturgie. Er zijn mensen die zeggen dat wie over de drempel van de kerk stapt een ander taalveld binnen gaat en daarbij een andere houding aanneemt. De kerk wil een contrast bieden tegen het leven van alledag en daar horen geen liedjes bij die je al hoort op Radio 538 (F.Bosmans Cultuurtheoloog).
Daar kan ook anders over gedacht worden. Ik kan me goed vinden in de gedachten van de emeritus predikant Jelmer Koornstra uit Deventer die regelmatig een poplied in zijn diensten laat horen, soms als gebed, maar meestal als buiten-bijbelse lezing, om het thema van de viering te actualiseren. Veel mensen herkennen in popmuziek hun postmoderne levensgevoel. Dat levensgevoel gaat niet uit van wetenschappelijke verklaringen en godsdienstige duidingen van de wereld en de geschiedenis, maar van eigen ervaringen.
Geen grote verhalen en weidse theorieën, maar het alledaagse, in de persoonlijke tragiek en het kleine geluk. Het is belangrijk dat we ons verplaatsen in mensen die niets hebben met psalmen of een orgel, gewoon om een ingang te vinden om over het Evangelie te vertellen.        
Onderschat niet de religieuze functie van popmuziek. Het kan iets teweeg brengen van zelfoverstijging, een alles te bovengaand geluksgevoel, het kan je verzoenen met de donkere kanten va het bestaan. We raken nu aan het begrip religie, waarbij we denken aan het betrokken zijn bij een hogere macht, een andere kant, aan het openstaan voor dingen die groter zijn dan wijzelf. Toch maar even terug naar het open podium in de Dorpskerk. Heel veel emoties kwamen los bij de verschillende presentaties. Ontroering bij het musiceren van kinderen, bewondering voor het zingen van een popliedje van de zangeres Adele, plezier bij het meezingspel van een accordeonist. Emoties die niet in de dienst in de Dorpskerk te vinden waren. In de herdenkingsdienst waren die emoties er wel. Het Zo! Gospel choir, deed mijn hart sneller kloppen terwijl het prachtige lied Ken je mij van Oosterhuis en van der Loo me ontroerde, een lied dat ook in onze gemeente niet onbekend is. Popmuziek kan veel over het evangelie vertellen.
Jezus, leert ons God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. In de herdenkingsdienst
werd het lied Mag ik dan bij jou van Caudia de Breij gezongen waarin gezongen wordt:
Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen, droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag, mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.
Pure naastenliefde. Het zou bij iedere preek over de Liefde kunnen worden gezongen. En zo kom ik weer bij mijn begin. Als Daniel Loheus zingt over de deur die altijd openstaat dan kan ik niet anders dan aan de woorden van Jezus denken: Kom allemaal jullie die moe van het leven zijn en rust bij me uit. In het Drents klinkt het dan zo:
Ik heb de deure lös, twievel nou mar niet. Heb de deure lös, veur jou altied.
Popmuziek staat heel dicht bij de mensen. 
Soms ook heel dicht bij God.

woensdag 18 februari 2015

Passport to Heaven


De uitnodigende rouwkaart vermelde het overlijden van een uit het oog verloren aangetrouwde oom. Er deden nogal wat verhalen de ronde over zijn levenswandel. Ik had mijn vader wel eens horen zeggen dat hij recht in de leer was en niet meeging in “allerlei wind van leer”.
Ik had geen idee wat me te wachten stond.

De aula ziet er zeer nieuw, functioneel en doods uit. Het regent.
Ik haal een keer diep adem en probeer me voor te stellen wie en wat ik zal ontmoeten.
Wie weet hoeveel onbekende neven en nichten er wel niet zullen zijn.
Alleen de oudste dochter kan ik me herinneren: Een grote lieve meid met veel haar en te grote voeten, aan wie ik wel eens een onkuise gedachte heb geweid.
In de aula veel familie.Ik herken niemand. Aarzelend loop ik naar de oudst uitziende dame en stel me voor en condoleer haar met het verlies van haar man. “Mijn moeder zit naast me”, zegt ze. Ik verontschuldig me, krijg een kleur, en stel me voor aan de vrouw die mijn tante is en condoleer haar. Ze houdt langdurig mijn hand vast en zegt dat ze zo blij is dat ik er ben en of ik wel ben uitgenodigd.
De dochter haast zich te zeggen dat dat wel het geval is en ik haal opgelucht adem.
Tijdens dit onderhoud bemerk ik een beweging in de lange rij van familieleden.
Ik hoor iemand fluisteren dat ik Henny van Henk van Hendrik ben en heb dan een moment het "verlorenzoon­gevoel", dat snel overgaat als iemand mij met Wiebe aanspreekt.
Als ik naar de kerkzaal wil neem ik een verkeerde deur en sta plotseling naast de kist waar mijn oom is opgebaard. Het lijkt of hij me met zijn zwart omrande bril vrolijk aankijkt.
Als ik de kerkzaal inloop verbeeld ik me op de verkeerde plaats te zijn, want de sfeer is bijna vrolijk te noemen. Er wordt luid gesproken en gelachen.
De uitvaartleider vraagt of we willen gaan staan want “achter gesloten gordijnen wordt de kist gedicht". We mogen weer gaan zitten.
We gaan weer staan als de familie binnenkomt. Een kleine vrouw achter het spreekge­stoelte maant ons weer te gaan zitten en dat we uit dankbaarheid een loflied moeten zingen.
Een deel van de aanwezigen geeft daaraan gehoor en zingt uit volle borst met opgestoken handen het opgegeven lied.
Ik laat het over me heen gaan en bepeins dat er kennelijk het een en ander in de gemeente van mijn oom veranderd is, of is hij overgegaan naar een andere kerk? Is hem op hoge leeftijd het ware geloof geopenbaard? Ik kom er niet uit.
De dienst wordt ondertussen uitbundig voortgezet met nog meer liederen. Het lijkt of de dood een vrolijke gebeurtenis is.
Ik begin aan de luidruchtigheid te wennen en verval weer in gemijmer, maar veer op als drie mensen een lied gaan zingen met de vraag of mijn paspoort voor de hemel wel getekend is.
De stemmen zijn mooi en de gitarist speelt goed, ik geniet totdat een man voor me luidkeels met opgeheven armen mee gaat zingen.
Ik hoor in de preek nog hoe het leven van mijn oom is verlopen. Ik ben verbaasd. Na een kortstondige periode van drank en ander misbruik is mijn oom bij deze vrolijke gemeenschap beland. Hij is nu in de hemel wordt mij vanaf de kansel verzekerd. Zijn paspoort was getekend. Dan wordt er gevraagd hoe het met ons is. Is uw paspoort getekend? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat vrouw op het spreekgestoelte me indringend aankijkt.

Als we eindelijk mijn oom naar zijn laatste rustplaats brengen schijnt de zon.
Het regenwater stijgt als een ijle damp naar boven.
God glimlacht, denk ik, om al die moeite die gedaan is om van een gewoon mens een heilige te maken.
Zijn hemel is groot en voor velen is er plaats, ook voor mijn oom.
Een lieve oude tante pakt me bij de arm.

"Mooi he?” zeg ze.

maandag 10 november 2014

Stilte

Stilte
Bijna iedere morgen sta ik, terwijl mijn honden vrij rondlopen, op een heuveltje met de rug tegen een oude beuk te kijken naar het voor mij liggende land. Vandaag is het land geploegd. De zwarte voren lijken te wachten op het zaaigoed. De mist dekt het toe met zachte hand. Ik ervaar geen geluid. De stilte neemt bezit van me. Mijn hoofd loopt leeg. Er zij geen storende gedachten. Er is in mij alleen maar stilte, een intense vredige stilte.                                      De mens heeft zo nu en dan rust nodig maar heeft vooral stilte nodig. Niet alleen om even bij zinnen te komen of, zoals dat heet “je even te herpakken”, maar om de vrede te ervaren die in de stilte is verborgen. Stilte geeft rust, geeft troost en geneest.

 Ik vind het verrijkend om de kerkdienst te beginnen met stilte. Het is een op adem komen voordat de liturgie begint. Geen stilte voor de storm dus. Stilte is er in allerlei vormen. Iedereen kent wel de benauwende stilte, de gespannen stilte en de verlossende stilte.                                                In de muziek speelt stilte een grote rol. Zonder rusten kan muziek niet bestaan. Een bijzondere vorm van stilte is de emotionele stilte. Ik ervaar dat bijvoorbeeld na de aria: Erbarme dich, mein Gott uit de Matthäuspassion van Bach. Met bijna dichtgeknepen keel onderga ik die aria. Doodstil.

Het zoeken naar stilte is universeel. Veel grote kunstenaars hebben gezocht naar vormen om de stilte te verbeelden.
Een uiterste vorm is de stiltemuziek van de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) Hij componeerde in 1952 een werk voor piano getiteld 4'33" (uitspraak: vier minuten en drieëndertig seconden) Cage noemde het zelf een silent piece. Het stuk gaat als volgt: De pianist zit voor de piano en raakt in 4 minuten en 33 seconden geen toets aan. Totale stilte  waarbij slechts het toevallig aanwezige en niet geënsceneerde geluid aanwezig is.
Bij het “aanhoren” bekruipt je aanvankelijk een onbehagelijk gevoel, totdat je je overgeeft aan de muzikale stilte.
Overigens, wanneer we naar muziek luisteren, is het de stilte die de meest intense en positieve hersenactiviteit stimuleren.
John Cage baseerde zijn werk op de White Paintings van Robert Rauschenberg. Dit schilderij bestaat uit 7 witte panelen. Door de afwezigheid van kleur en vorm blijft alleen de stilte over. Het is alsof je kijkt naar een kloostermuur, een witte kloostermuur.
De sprong naar het klooster is gemakkelijk gemaakt. Er zijn kloosterordes waar het zwijgen, de stilte, een vanzelfsprekend iets is, zoals de orde van de Kartuizers waar stilte gezien wordt als een voorwaarde om een hoger bewustzijn te bereiken. Omdat woorden ontoereikend zijn, wordt (overtollig) spreken vermeden. Overigens kan stilte in bepaalde omstandigheden van inhoud veranderen. Het lied Het is zo stil in mij gezongen door Van Dik Hout bezingt oorspronkelijke de stilte tussen twee geliefden. Als Judas het in The Passion van 2012 zingt dan is het een stilte van spijt, wroeging en eenzaamheid.

Stilte is voor ieder mens belangrijk. Ik zie uit naar de momenten van collectieve stilte, de verbindende stilte. De stilte van het stil gebed in de kerk. De stilte bij de 4 mei herdenking, waar ik na een aantal jaren weer bij zal zijn nu de rust, de stilte,  is weergekeerd.
God spreekt immers in de stilte.
 Onze oud-voorganger Jaap Zijlstra schreef in zijn gedicht Stilte het volgende:
De zee draagt vrede deze nacht
op kleine golven naar me toe.
Waarom en hoe zijn nu van geen belang.
Ik tracht niet meer en voel me niet meer moe.
Dit is het dan waarop ik heb gewacht,
de stilte waar ik diep voor onderdoe.

Stilte is ook genade.


.  
















.

maandag 23 juni 2014

Passie




    
“Of ik mee wil als begeleider, naar een middag van FC Twente”, vraagt Joke van het zorgcentrum de Losserhof.  “ De spelers van FC Twente spelen samen met  bewoners van de Losserhof en het Bouwhuis uit Enschede een toernooi en RinTinTin maakt de muziek”                        Ik heb niet zoveel met voetbal. Opgegroeid in Almelo vlakbij het veld van Herácles is er wel enige sympathie voor die club, alhoewel het ondenkbaar was dat ik op zondagmiddag naar een wedstrijd van Heracles zou mogen kijken. Voetballen op zondag was toen nog zonde en mijn vader zei: “je kijkt niet naar iets wat zondig is”. In Twente verscheen later nog een club van enige importantie en wel FC Twente.       Wij Almeloërs hadden er niets mee. Enschede, weet je wel.                                                                                                      RinTinTin is de muziekband van het Twentse zorgcentrum Losserhof en in die band speelt Owen, ons pleegkind. Owen (37) heeft het syndroom van Down. Hij is lief, praten kan hij niet, dat is hij in de loop der jaren kwijtgeraakt. De Losserhof is zijn huis. Owen kan niet veel, maar goed op een trom slaan kan hij wel. Hij is dan ook bij RinTinTin aangesteld als eerste paukenist. Van de bewoners van de Losserhof zei men vroeger dat ze geestelijk gehandicapt waren, wat later waren ze verstandelijk beperkt en nu zijn het mensen met mogelijkheden. Ik kan me daar wel in vinden.  In de bus naar het veld van FC Twente zit de stemming er goed in. Sommigen hebben alvast hun voetbaltenue aangetrokken en lopen het gangpad op en neer om de spieren warm te houden. Anderen oefenen onverstaanbare strijdkreten of zingen luidkeels dat ze nog lang niet naar huis toe  gaan. Owen kijkt uit het raam. De wereld gaat langs hem heen.

Het is koud op het veld. Het sneeuwt. Er wordt met passie gevoetbald. Ieder team is aangevuld met een paar spelers van FC Twente.  De keeper van FC Twente heeft de grootste moeite  om ook maar één bal te stoppen. Keer op keer wordt hij gepasseerd door onze jongens en meisjes. Wij hebben een eenvoudige tactiek en wel die van de massale aanval, want als je wilt winnen moet je scoren. Logisch toch? Dat onze achterhoede daardoor zwak komt te staan is van geen belang. Uitslagen van 11-13 zijn heel gewoon. Ondertussen zweept RinTinTin de stemming verder op. Het is een feest van passie en strijdlust. Groot verdriet bij een nederlaag en uitbundige vreugde bij een overwinning, want het gaat om de knikkers. Op een tafel staan bekers, bekertjes en medailles. Bij de prijsuitreiking bedenkt Owen dat hij ook recht heeft op een prijs en banjert naar de tafel en pikt een beker mee. Ik kan hem niet aan zijn verstand brengen dat muzikanten tot de orde van dienaren behoren en geen bekers verdienen op een voetbaltoernooi en dat de beker ingeleverd moet worden. Hij is ontroostbaar. Pas als ik een grote zak chips weet te veroveren breekt zijn lach weer door.    
In de bus terug, wordt ik ondergedompeld in de feestvreugde. Sommigen waren kampioen geworden en anderen bijna. Luidkeels wordt gezongen dat ze nog lang niet thuis zijn.     Ik juich en zing wel een beetje mee maar voel me toch geremd. Wat is er verloren gegaan in de loop van mijn leven. Waar is die kinderlijke vreugde ? Mijn verstand zit mijn uitbundigheid in de weg, denk ik. Wie is hier  eigenlijk beperkt?
Ik ben de voetballers van FC Twente dankbaar en denk aan de woorden van Jezus: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste mijner broeders of zusters  hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan”
Het was een mooie dag.

donderdag 7 november 2013

Smaakmakers


Mijn zomerzon staat lager aan de einder, 
en ik besef dat herfsttij mij omhult.
Al ben ik voor de goede dood niet bang,
toch benauwen mij de korte dagen, 
de nachten waar ik woelend wakker lig.
en dan gedachten en herinneringen
de vrije ongedwongen loop laat gaan ,
en met mijn Vader tweegesprekken voer
en ook met mensen die al lang zijn heengegaan. 

Soms wordt het leven mij een last
en is de somberheid niet van de lucht,
voor mijn naasten ben ik dan een plaag.  

Toch hinkel ik op tegels in mijn straatje
en speel de blues en jazz en spiritual
en dank ik God en speel soms een psalm.  

Ik schreef dit gedicht in een periode dat het leven wat weerbarstig was. Ik was de zeventig royaal gepasseerd  en was zoekend en tastend naar wat ordening voor de laatste jaren van mijn bestaan. Ik relativeerde de dingen die ik deed zo erg dat er weinig meer overbleef wat ik de moeite waard vond om te doen.
Op enig moment besloot ik om in ieder geval voor een paar zaken te gaan vechten. Ik zou vechten voor mijn geloof en ik zou muzikant blijven. Zo mogelijk tot het einde.
Voor een van onze kinderen schreef ik een gedicht dat eigenlijk  een reflectiegedicht was

Leef,
ook al rukt de wind de haren  van je kop
en blaast de storm je om
spoelt regen je ogen  vol sop
en maakt de kou je stom
dan noch…
leef alsof je morgen sterft
en werk alsof je eeuwig leeft.
Het was in die tijd dat ik waardering kreeg voor de zanger/pianist Maarten van Roosendaal. Niet dat ik het vaak met zijn teksten eens was, maar ik bewonderde de passie waarmee hij in het leven stond.
In het liedje Red mij niet, dat in 2000 de Annie M.G.Schmidt-prijs kreeg, zing hij:
Laat mij mijn kont tegen de krib
Laat mij dit goddeloze lied
Hef jij je handen maar ten hemel
Maar red mij niet.
Hij koos ergens voor. Hij koos voor een leven zonder God. Gepassioneerd, dat wel.
Hij stierf dit jaar 54 jaar oud aan drank en nicotine.
          Op mijn kamer hangt een foto van de jazzsaxofonist Arnett Cobb (1918-1989) Het is een foto uit 1988 waarop hij, staande op twee krukken, een van zijn geweldige solo’s speelt. Hij had bij een auto-ongeluk zijn beide benen gebroken en zijn rug was al eerder beschadigd. Hij bleef spelen. Arnett Cobb ging door tot het eind.
Twee verschillende gepassioneerde mensen. Overal kom je ze tegen, de mensen met passie.
Passie, daar gaat het om, ook in de kerk.
De kerk heeft gepassioneerde mensen nodig van allerlei soort. Het zijn de smaakmakers, de mensen met de kont tegen de krib en de kop in de wind, desnoods op krukken.  Laat je niet uit het veld slaan, maar ga voor je passie en dank God en zing een psalm. 

 

maandag 14 oktober 2013

Tsjaikovski


Mooi hoor” zei ze, “schitterende  muziek en prachtig gespeeld, maar het is geen christelijke muziek hé?” Ze keek me vragend en een beetje afkeurend-onderzoekend aan.
 “Tsjaikovski” drong ze aan.
Ik was verrast door de vraag en wist even geen antwoord. Wat is er mis met de muziek van Tsjaikovski, dacht ik. In onze kerk wordt tijdens de dienst veel gemusiceerd. De gemeente is gezegend met een aantal goede muzikanten, die zowel uit de klassieke als uit de wereld van de lichte muziek komen.
In deze dienst had het Vordens Klarinetkwartet na de preek het tweede deel uit het eerste strijkkwartet van Tsjaikovski gespeeld, het Andante Cantabile. Naar mijn idee een van de mooiste composities van die Russische componist. Ik begreep de vraag, maar het antwoord bleef hangen. Zoals gewoonlijk wist ik pas een dag later wat ik had moeten zeggen. Het ging haar in wezen om de vraag of muziek die niet specifiek christelijk is in de kerkdienst gespeeld kan worden.
God is niet in taal te vatten, hoorde ik Trouwjournalist Stevo Akkerman  op TV zeggen in een gesprek met Tijs van den Brink
Dat is zo, dacht ik. Zolang de mens weet heeft van God is er over Hem geschreven en gesproken en we zijn nog lang niet uitgesproken. Daarom is er muziek. Muziek overstijgt de spraak. Het heeft een zeggenschap die niet in woorden is uit te drukken. Muziek is een van de grootste gaven die God aan de mensen heeft gegeven.
Ik had de vragenstelster moeten vragen om een uurtje met me op te lopen, dan had ik haar kunnen vertellen dat van Genesis tot Openbaringen in de Bijbel wordt gemusiceerd en gezongen en dat God behagen heeft in muziek. Ik had haar kunnen vertellen dat muzikanten in een kerkdienst spelen voor Gods aangezicht en dat dat geen vrijblijvende zaak is. Voor het aangezicht van God spelen betekent dat je

alle zeilen moet bijzetten. Je moet het beste geven wat je hebt want je bent immers onderdeel van de lofprijzing geworden. “Preken zijn de bouwstenen en muziek is het cement” zei een collega eens. De keuze van je liedjes, van je muziek moet dus een aanvulling zijn op de verkondiging.

Het vraagt overigens ook wat van de luisteraar,zou ik gezegd hebben. In de kerk luister je met een ander oor. In het concrete geval zou een liedje als Kom maar bij mij van Marco Borsato, wat niet direct een christelijk liedje is, heel goed in een dienst passen omdat het uiteindelijk over het grote gebod van de naastenliefde gaat. (God liefhebben bovenal en je naaste als jezelf).

Maar nu Tsjaikovski..
Dat is toch alleen maar klank, zou ze opmerken.
We zouden stil gaan staan en luisteren naar de wind in de bomen en naar de roep van een vogel, we zouden luisteren naar de taal van de natuur. Zo kun je ook luisteren naar de taal van muziek. Mijn vrouw noemt dat klanktaal. Dat is een goed woord. Je moet je ervoor openstellen.
Wat Tsjaikovski dacht toen hij zijn strijkkwartet schreef weet ik niet, maar in die prachtige melancholieke muziek hoor ik een groot verlangen naar de Eeuwige. Ik hoor een stilte die zich vult met troost.
Of het christelijke muziek is?
Ik twijfel over mijn antwoord.
Na enige tijd zou ik zeggen dat het Goddelijk muziek is.